Bijzondere gesprekken

In gesprek met Ilona van Hilst

Ilona van Hilst heeft met De uitweg een avonturenroman van formaat geschreven. Toch is het niet het avontuur an sich dat het verhaal kracht verleent, dat is namelijk het enorm sterke staaltje psychologie dat van de pagina’s spat. Mede daarom werd ik zeer benieuwd naar deze auteur. Wat drijft haar? Hoe komt het dat zij de psyche van de mens zo goed doorziet? En bovenal had ik de vraag hoe zij op dit onderwerp was gekomen.
Het werd een bijzonder gesprek, waarvan ik met volle teugen heb genoten. Door haar openhartigheid en enthousiasme heeft zij mij een kijkje in haar leven en haar schrijven gegeven en dat wil ik graag delen.

Ik heb meteen een prangende vraag: hoe komt het dat jij zo sterk bent in het omschrijven van de menselijke psyche?

Dat is nogal wat, dat je me dat toedicht, na het lezen van mijn boek. Het voelt als een groot compliment, omdat de “menselijke psyche” me enorm boeit. In ‘De uitweg’ kwamen de personages als vanzelf tot stand. Het is tegelijk een moeilijke vraag. Het is iets waar ik geen moeite voor doe, in mijn hoofd staat die sensor (zo zal ik het maar even noemen) continu ‘aan’. Ik observeer graag mensen. Ook luister ik liever dan dat ik praat. In mijn hoofd bedenk ik hoe de onderlinge relatie en interactie tussen mensen is. En dat kan ik blijkbaar goed op papier krijgen in woorden. Omdat ik vrij snel situaties en mensen aanvoel, is er wel een keerzijde want ik ben erg sfeergevoelig. Dan moet ik echt moeite doen om me niet van mijn apropos te laten brengen.

Dat klinkt als een empathische persoonlijkheid. Ik kan mij zo voorstellen dat het soms best lastig is. Verwerk je deze indrukken in je verhalen?
Oh zeker, ik gebruik deze indrukken, soms ook onbewust valt me achteraf op. Maar mijn personages zijn geen bekenden van mij, het zijn combinaties van mensen die ik interessant vind, of over wie ik gelezen heb. Inlevingsvermogen is wel een voorwaarde om geloofwaardig te kunnen schrijven, lijkt me. Wat overigens niet betekent dat ik autobiografisch schrijf. In De uitweg zijn de vrouwen Marcia en Gina twee uitersten, maar ik zie in hen allebei stukjes van mezelf terug (welke, dat hou ik liever geheim haha). Ik vraag me soms af hoe een moordenaar zich voelt en of ik dat zou kunnen opschrijven; ik denk het wel. In Oogvocht is François een klein voorbeeld daarvan. Eigenlijk wil ik mezelf uitdagen om steeds verder te gaan in nieuwe boeken, mijn grenzen opzoeken waar ik niet over kán schrijven bijvoorbeeld. Dankzij mijn werk heb ik trainingen mogen volgen, had ik omgang met veel verschillende menstypes, heb ik multidisciplinaire projecten en workshops geleid, dus heb ik snel geleerd inzicht te krijgen in mijzelf en anderen. Boeiend, maar voor een gevoelsmens als ik komt dat akelig dichtbij.

Manipuleren speelt ook een grote rol. Hoe was het om je daarin in te leven?
Manipulatie, verleiden, vertrouwen, haten, liefhebben; het zijn menselijke eigenschappen waarmee ik makkelijk schaak, of schakel, in mijn hoofd. Ze liggen ook best dicht bij elkaar. Maar eerlijk gezegd gaat dit automatisch, ingegeven door de verhaallijnen, want die brengen dit vanzelf teweeg. Ik denk er niet over na volgens mij. Best bizar eigenlijk, dat realiseer me maar al te goed.

Zijn het dan de personages die het verhaal schrijven met jou als instrument, of heb je van tevoren een vastomlijnd plan?
Hahaha, wat was er eerst: de kip of het ei? Het is echt een wisselwerking. Ik bedenk weliswaar het verhaal, maar wát de personages zeggen, denken en doen dát bepalen de personages. Ik laat mij volledig leiden door ze, inderdaad als hun instrument. Maar mijn werkwijze is dat ik de personages vooraf creëer. Hun eigenschappen leg ik vast in een document (zodat ik een consistent beeld hou). Dat is gebruikelijk hoor, voor schrijvers. Het verhaal, plot, locaties, persoonsnamen en andere zaken bedenk ik daarna om de personages heen. Dit proces duurt hooguit drie uur, want ik ga associërend te werk. Voor De uitweg maakte ik nog een tekening van de grotwoning, zodat ik begreep waar dingen zich afspeelden. Voor ieder boek zet ik de verhaallijnen in hoofdstukjes van vijf regels op, zodat ik weet wat er wanneer er gebeurt. Ik ga onderzoek doen, dat is het derde document, voordat ik echt aan het manuscript kan beginnen. Voor De uitweg ben ik bijvoorbeeld in de evolutie gedoken, omdat ik dat per se in dit boek wilde verwerken. Heel erg leerzaam hoor, boeken schrijven. 😉

Er kwam dan ook een leuke ontdekking uit voort ;-). Welk personage heeft jou tijdens het proces het meest verrast?
Ja, Marcia heeft mij op dat moment ook erg verrast, ik zag dat helemaal niet aankomen. Wie mij het meest verrast heeft? Absoluut Marcia, om wat ze gedaan had, vanwege de ontdekking die je zojuist noemde. Ze was voor mij een rechtschapen vrouw, ik heb mezelf dus vergist. Volgens mij kan iedereen in het leven over de schreef gaan, afhankelijk van de omstandigheden.

Dat spat ook van de pagina’s af: menselijkheid. Maar ook thema’s als rouw, traumatische gebeurtenissen en verwerking. Wat knap is, is dat je dat niet over de top beschreven hebt, maar gewoon zoals het is. Je merkt dan zeer zeker dat dat puzzelen hoe de menselijke geest in elkaar zit je ligt. Was dat voor jou ook het leukste en meest uitdagende aan het schrijven van De uitweg?
Dank je wel, dat beschouw ik als een groot compliment. Ik weet, als een manuscript klaar is, nooit of mijn bedoelingen zo overkomen, omdat ik er middenin zat. Mijn oorspronkelijke uitdaging was om een groep, dus veel personages op te voeren, die de lezer niet in verwarring zouden gaan brengen en toch allemaal een rol hadden in het geheel. In De uitweg zocht ik daarin mijn grenzen voor het schrijven. Dat was een risico. Hopelijk is dat gelukt.

Dat is het zeker! Wat geeft schrijven jou?
Het is een uitweg voor mijn fantasie, die er altijd is, maar vaak wordt hij versterkt. Krantenberichten maken mij meestal down, net als ellende van mensen en dieren. Maar het creëren van een verhaal biedt een eigen werkelijkheid. En omdat ik de personages “niet naar mijn hand kan zetten” is dat pure ontspanning. Ik beleef een verhaal maandenlang als een spannende film, waarin ik niet weet wat er gaat gebeuren en vooraf alleen de hoofdlijnen ken. Aan het eind kan ik terugkijken op iets moois, of ben ik teleurgesteld.

Wat heeft jou het meest geraakt tijdens het schrijven van De uitweg?
Dat waren meerdere dingen eigenlijk. Ik moet even voorzichtig zijn om geen spoilers weg te geven. Wat er gebeurd is met Eva en de gevolgen voor Tom, vond ik heftig. Dat Chris door Eva’s situatie zijn eigen leven onder de loep nam. Maar ook het deel van de evolutie, daar ben ik ingedoken en ik was geraakt door de weg die de mensheid heeft afgelegd tot de menssoort die we nu zijn. Het zet me aan het denken wat de toekomst voor ons in petto heeft. Blijft ons brein en lichaam zich aanpassen aan de veranderende leefomgeving zodat we op aarde, of misschien in de ruimte, kunnen overleven? En na het schrijven raakte de redigeer sessies met de redacteuren me, dat had ik niet verwacht.

In welke zin werd je door de redactie sessie zo geraakt?
De redactie sessies hebben ontzettend veel waarde toegevoegd aan mijn manuscript. Ik dacht aanvankelijk, toen ik het ingeleverd had bij mijn twee proeflezers en daarna bij Batavia Publishers, dat het redelijk klaar was, maar dat bleek niet zo te zijn. Dat opende mijn ogen. Ik werd er heel gelukkig van, dat er inhoudelijk zo goed was gelezen. Ook omdat de opmerkingen mij vrijblijvend werden aangeboden, het waren suggesties om mijn verhaal te versterken. Ik mocht ermee doen wat ik het beste vond. Een zeer empathische benadering. Wat een openbaring, ze hadden de vinger op de zwakkere plekken gelegd! Eerlijk gezegd ben ik  geneigd om commentaar alleen te accepteren van professionals, mensen die hun vak verstaan. Dat was hier het geval. Deze redacteuren hebben mij echt geraakt.

Wat fijn! Dat brengt het verhaal alleen maar tot nog grotere hoogte. Ben je al bezig met een volgend boek of zit je nog volop in de roes dat deze net gepubliceerd is?
Batavia Publishers wil mijn eerste twee boeken ook gaan uitgeven. Ik zit nu dus in de herschrijf fase van die twee, die ik in 2016 heb uitgebracht in eigen beheer. Herschrijven is best lastig merk ik, de verhalen zijn goed genoeg vind ik, maar mijn kennis van schrijfvaardigheid is verbeterd. Een nieuw verhaal moet dus nog even wachten. Ook omdat ik aan het genieten ben van deze tijd van de De uitweg. Ik heb mezelf inmiddels weten aan te leren om stil te staan bij geluksmomenten in plaats van door te hollen naar het volgende. Maar zodra ik voor een nieuw verhaal ga zitten, komt het vast weer vanzelf goed.

Heb je al inspiratie? 
Nee, ik laat het niet toe gewoon. Zodra ik ga zitten nadenken over een verhaal, dan kan ik niet meer stoppen. Alhoewel, er borrelt wel iets in mijn hoofd wat ik graag eens zou willen schrijven, maar daar kan ik niets over zeggen… sorry. 🙂

Geeft niets ;-). Wat is jouw grootste droom op schrijfgebied? 
Dat is een inkoppertje, want de grootste droom van iedere auteur is dat zijn verhalen internationaal worden uitgegeven. En de ultieme droom is een boekverfilming, maar uitsluitend door een grote filmproducent met een groot budget voor acteurs en decors. Als je droomt moet je het in het groot doen, toch? Ik moet er zelf hard om lachen hoor, want dat gebeurt natuurlijk never nooit.

Zeg nooit nooit… Over internationaal gesproken: in je verhaal gaan de personages allemaal op reis. Je omschrijft Lanzarote op dusdanige wijze dat ik er zelf per direct heen zou willen. Ben je zelf ook zo reislustig aangelegd?
Fijn dat Lanzarote er gunstig in uitkomt, dat verdient het eiland. Het is mysterieus en is enig in zijn soort, maar daarom niet ieders ding. Ik reis graag en ik voel me overal happy. Ik ben op vakantie naar veel landen geweest, daarvan heb ik erg genoten. Maar nu houden mijn partner en ik het graag bij Spanje, onder andere voor een “schrijversretraite” in een vakantiehuis in de buurt van Alicante.

Wat is voor jou de ideale schrijfomgeving?
Ideaal is een hutje op de hei, denk ik. Maar eerlijk gezegd kan ik me overal en elk uur van de dag wel goed op het schrijven concentreren. Alleen bepaalde geluiden halen mij uit mijn ritme, zoals overvliegende vliegtuigen (ik woon bij Schiphol), sirenes, maaimachines, bromfietsers. Thuis zit ik altijd met mijn laptop op schoot in de woonkamer, het is niet anders, maar wel lekker huiselijk.

Wat kunnen wij in de toekomst van jou verwachten?
Een compleet nieuw en verrassend boek, hoop ik. Toch zeg ik altijd na een laatste boek: dit lukt me niet nog een keer…

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Margareth Hol

Margareth Hol is met recht een groot liefhebber van Ierland, de Kelten en de vertellingen. In Het volk van Danu combineert zij al deze facetten tot één fantasy verhaal, waar zij duidelijk met veel enthousiasme en plezier aan gewerkt heeft. De oude sagen komen tot leven in een geheel nieuwe setting en verhaal, zonder ook maar een moment de essentie uit het oog te verliezen. Voor mij was dit boek mijn eerste kennismaking met deze auteur, maar ze heeft al meer werk op haar naam staan en ze is nog lang niet klaar met haar ongebreidelde fantasie de ruimte te geven. Hoog tijd dus om meer te weten te komen over deze bevlogen vrouw, die duidelijk wat te vertellen heeft.

Geëmigreerd naar Ierland, een verhaal over Keltische sagen; ik kan wel stellen dat jij een behoorlijke affiniteit met beiden hebt. Wat heeft je doen besluiten om dit boek te schrijven?
Dat besluit heeft te maken met de droom die ik al heel lang koester… een ultiem kinderboek te schrijven. En dat heeft weer te maken met het feit dat lezen voor mij als kind, het verschil gemaakt heeft. Ik las alles wat los en vast zat en moest op een gegeven naar een vaste bieb omdat ik alle boeken uit de biebbus al gelezen had. In Ierland kreeg ik de mogelijkheid en de inspiratie! Ik ben overigens nog steeds bezig met die droom. Maar dat gaat met vallen en opstaan. Alhoewel ik denk dat ik mijn vorm meer en meer vind… fantasie verhalen/ magisch realisme. Hét boek moet nog geschreven worden, maar ik blijf in mijn droom geloven!

Welk boek heeft jou als kind het meest gedaan?
‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot.

Is dat voor jou ook de reden geweest dat je zelf wilde schrijven?
Nee, dat niet. Ik vond bijna alle klassieke kinderboeken wel mooi. Al die boeken hebben mijn leven verrijkt en dat wil ik graag aan kinderen doorgeven. Als juf heb ik daarom altijd ook veel met boeken gewerkt. Prentenboeken vind ik ook heerlijk. Ik heb heel lang in een werkgroep leespromotie gezeten die nauw samenwerkte met de bibliotheek uit de buurt. Lezen maakt je wereld groter…

Wat mooi dat je dat deed! Met welke reden besloot jij om Keltische sagen om te zetten in één verhaal?
Ik denk dat ik mijn eigen stempel wilde drukken. Al die bestaande sagen zijn vrij statisch en het is leuk om die te kennen. Zo had ik twee vliegen in één klap; op deze manier konden mensen kennis nemen van bekende Ierse sagen en werden die verbonden met een nieuw ontstaan verhaal met figuren waarmee je je kon identificeren.

Welke is jouw persoonlijke favoriet?
Mijn persoonlijke favoriet is Tir na Nog. Omdat daar ook een mooie moraal in zit over leven en dood… Maar King Lir vind ik ook mooi. Het leuke daarvan is dat die legende ervoor heeft gezorgd dat zwanen in Ierland beschermd zijn en niet gedood mogen worden.

Waar komt jouw fascinatie voor Ierland en zijn vertellingen vandaan?
Het begon met een trektocht door Ierland in een busje. Mijn man en ik voelden ons meteen thuis. De Ieren zijn vriendelijk en geïnteresseerd, het landschap van lieflijk tot ruig, het leven nog ontspannen en niet zo gedicteerd door werken en presteren als in Nederland. Mijn man kon vervroegd met pensioen en we verlangden allebei naar een back to basic bestaan. Of andersom. Dus we besloten daar te gaan wonen. Toen kwam ik natuurlijk steeds meer te weten over Ierland en de Ieren en ging ik me erin verdiepen.

Wat is je daarvan, tot nu toe, het meest bijgebleven?
Moeilijk om daar iets uit te pikken, want er zijn zoveel aspecten. Leven op het platteland vond ik wel een heel groot verschil met leven in een stad. Vriendschap met mensen van een andere cultuur doet ook wel iets met je opvattingen. Ik kijk met heel veel plezier terug op ons leven in Ierland. Helaas is mijn man na 7 jaar overleden en heb ik daar nog 5 jaar alleen gewoond. Dat overschaduwt wel veel herinneringen vrees ik. Dus ik vind het best lastig om hierop te antwoorden.

Dat is dan zeker heel dubbel. Heb je de opgedane ervaringen verwerkt in je verhaal?
Nee, dat heb ik wel gedaan in andere boeken die ik geschreven heb. Maar dit had ik geschreven in de beginjaren toen er nog niks aan de hand was. Ik had het eerst zelf uitgegeven bij Lulu.com en Eric Jan (Batavia Publishers) wilde het wel uitgeven toen hij het las. Lucky me, want het is zo moeilijk om een boek uitgegeven te krijgen!

Wat vond jij daarnaast het moeilijkste aan het hele schrijfproces?
De discipline om wat ik in mijn hoofd heb op te schrijven! Daar moet ik me echt toe zetten. En herlezen en verbeteringen aanbrengen vind ik ook minder. Een boek schrijven is minder makkelijk dan veel mensen denken! Iedereen heeft een verhaal te vertellen, maar het in blijvende woorden vatten is een kwestie van doorzetten. Het klinkt niet als werken, maar dat is het wel.

Hoe spannend is het voor jou als je boeken uiteindelijk gepubliceerd zijn? 
Het is leuk, spannend en een fijne afronding van je werk. Maar het geeft ook wel een wat onzeker gevoel. Ik heb een keer een heel lullige recensie gekregen en het heeft lang geduurd voordat ik die naar waarde wist te schatten. Het ging over een boekje dat ik had geschreven over het leven in Ierland.

Hoe ga jij daarmee om?
Ik blijf er van balen, ook omdat het de enige is over dat boekje en hij tegelijk met de zoekterm opkomt… Maar ik heb er nu niet zo’n last meer van als in het begin. Toen was ik zo pisnijdig. Waarom doet iemand zoiets? Het was zo’n zuur stukje en hij maakte het ook persoonlijk. Dat we in de categorie Omroep Max vielen en zo. Ik ben die man gaan googelen en hij schreef vaker recensies. Altijd negatief. Dat hielp mij al. Het zegt iets over HEM. Waarschijnlijk zou hij zelf graag een boek schrijven maar lukt hem dat niet. Hij woonde ook in Ierland dus ik denk dat hij gewoon jaloers was. Ik heb een tijd lang niet geschreven door  hem. Ik schaamde me rot door die recensie. Toen heb ik hem weer gegoogeld en vond ik een recensie van hem van een boek dat ik zelf ook gelezen had. Een literair boek nota bene. Hier schreef hij dat het een onterechte hype was. Toen was ik bevrijd! Wat een sneue eikel.
Ik ben weer gaan schrijven. Met misschien nog wel meer plezier. Want ik heb mezelf overwonnen. Het is mijn vorm. En dat ultieme kinderboek gaat er komen als het aan mij ligt!

Daar ben ik ook van overtuigd! Is er daarna een reactie geweest die je, naast deze bevindingen, nog meer dat vertrouwen terug gaf?
Ik krijg wel positieve feedback van mijn dierbaren. En ik heb nu twee positieve recensies van mensen die mij niet kennen, waaronder die van jou.  Dus dat is fijn! Ik ben nu sprookjes aan het schrijven en let echt op mijn uitroeptekens dankzij jou. Zo kan het dus ook. Het is niet zo dat iemand geen kritiek mag hebben, het gaat om de manier waarop…

Geheel mee eens. Afkraken om het afkraken heeft niemand iets aan.
Je ultieme droom is zoals gezegd hét boek voor kinderen. Zijn de sprookjes die jij nu schrijft daar al onderdeel van?

Ik heb er wel een heel goed gevoel over! Dus ja, ik denk dat wel.

Heb je een tipje van de sluier?
De sprookjes zijn heel verschillend. Ze gaan over een poppenspeler, een kruidenvrouwtje, een Drakenbloedboom en een eenhoorn. Ik laat mijn fantasie stromen ;-). Ik heb er acht af nu en wil er nog tien schrijven. Heel leuk om te doen!

Klinkt veelbelovend! Wat maakt fantasy voor jou zo bijzonder? Wat geeft het jou?
Ik denk dat ik van fantasie houd omdat het een uitbreiding is van het leven zoals we dat kennen. Het creëert als het ware een andere werkelijkheid. Vaak een die mooier is, maar dat hoeft niet. Fantasie maakt het leven daardoor rijker en voller. Dat geeft mij dan ook een rijker leven. Ik hou van verhalen en schoonheid. Ik hou ook van andere werelden, culturen. Er zijn mensen die het hebben over vluchten in de fantasie, maar ik zie het meer als het uitbreiden van de mogelijkheden die er zijn om het leven te beschouwen. Zoveel malen leuker om in metaforen te denken, dan in realistische feitelijkheden.

Geloof jij ook dat deze ene werkelijkheid echt bestaat?
Ik geloof dat er heel veel werkelijkheden naast elkaar bestaan. Dat iedereen zijn eigen werkelijkheid creëert en beleeft. Je hebt mensen die alleen maar uitgaan van feiten/hun eigen werkelijkheid en er zijn mensen die zich willen voorstellen dat er ook nog andere mogelijkheden zijn. Ik vind het leuker om me met die andere mogelijkheden bezig te houden. Maar dat wil niet zeggen dat ik daar de werkelijkheid in zie. Ik hoef niet in kabouters te geloven om erover te schrijven. In verhalen, en vooral in mythen en sprookjes, zitten tal van universele waarheden verpakt in metaforen en symbolen. Dat is mooi! Want de onderliggende betekenis is dat wij mensen dezelfde liefde kunnen voelen. Maar ook dezelfde angsten hebben en strijden moeten voeren in ons bestaan. Jung en Joseph Campbell hebben hier heel veel onderzoek naar gedaan. Op die manier houd ik van fantasie.

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Garvin Pouw

Garvin Pouw is een Nederlandse auteur die debuteerde met Schaduwkoningin, een prachtige fantasy die de lezers meteen in hun hart sloten. Dat dit genre hem bijzonder goed ligt, bewees hij daarnaast met de Valtada-reeks. Onlangs is deel drie uitgekomen en naar aanleiding van dit heugelijke feit, besloot ik in gesprek te gaan met Garvin.
Het werd een openhartig gesprek dat mij nog lang bij zal blijven. Garvin is namelijk niet zomaar een auteur, Valtada is zoveel meer dan een verzonnen verhaal. Sterker nog, voor Garvin was deze wereld zijn redding en toevluchtsoord.
Dat is beslist merkbaar tijdens het lezen. Zelden heb ik een verhaal gelezen waarbij de geschapen wereld zo tot leven komt en die zo weergaloos is omschreven, dat je als lezer alleen maar diep respect kan hebben voor het talent dat deze auteur gegeven is.
Na onderstaand gesprek, over het ontstaan, schrijven en Garvin zelf, is dat gevoel alleen nog maar meer gegroeid.

Je hebt met de Valtada-reeks een prachtige en ook duistere wereld geschept die het hart van menig fantasyliefhebber sneller doet kloppen. Hoe is deze wereld ontstaan?

Dat is een tweeledig verhaal. Van jongs af aan was ik druk met striptekenen en rond mijn 17e (1995) raakte ik (door Tolkien) geïnspireerd om een fantasywereld te creëren. Ik tekende drie stripalbums die op Valtada speelden, maar verhalen drongen zich op en tekenen ging niet snel genoeg. Daarom besloot ik een prequel serie op mijn strip in boekvorm te schrijven. Dat verhaal was de geboorte van Valtada 1 en 2 en de aanzet tot een enorme wereld om in te spelen. 
Tegelijkertijd lag ik in die tijd ontzettend met mijzelf in de knoop. Ik was eenzaam, zoekend en sociaal onhandig. Als een waar romanticus zocht ik een vluchtweg uit de werkelijke wereld en Valtada leende zich daar voor. Het werd al gauw een obsessie. Ik tekende in Valtada, schreef verhalen over valtada en dagdroomde mezelf op die wereld, waar en wanneer dat maar kon. Onvrede met mijzelf en de werkelijke wereld sijpelden de verhalen in en voorzagen ze van een meer somber tintje her en der, maar tegelijkertijd zocht ik er graag het zoetsappige en romantische op, wat ik voor mijzelf niet in de werkelijkheid kon uiten. Fantasy als vluchtweg dus.

Wat bijzonder en dat is vast de reden dat het zo levensecht aan doet. Heeft het schrijven je ook bepaalde inzichten gegeven over jezelf en je leven?
Schrijven heeft zich voor mij ontwikkeld tot de ideale uitlaatklep. Door je dagelijks te mogen verplaatsen in verschillende karakters, ieder met hun eigen invalshoeken en eigenaardigheden, kan ik heel veel van mezelf laten zien, naar buiten laten. Het negatieve doemdenken van een Yivenna, de interesses van Shutai, ja, zelfs de zoetsappigheid van een elfje als Nikara; alles komt ergens bij mij vandaan. Wanneer ik lang niet schrijf, dan raak ik in mezelf opgesloten en wreekt dat zich op een minder wenselijke manier. Voor mij is schrijven broodnodige zelfexpressie.

Is dat ook de reden dat je je zo goed in hebt kunnen leven in je personages of weten zij jou nog wel eens te verrassen? 
Een absoluut voordeel voor lang meegaande personages is dat je ze zo door en door leert kennen en dat je prima kunt inschatten hoe ze reageren op situaties. Dat werkt heel organisch, maar kan inderdaad net zozeer verrassen. Vooral wanneer je personages in dialoog brengt met elkaar kan er nog wel eens een heel andere conclusie uit voortkomen dan wat je voor het verhaal voor ogen had. Dat zijn stiekem de leukste momenten. Wanneer je als organisch schrijver door trouw te blijven aan je personages in de problemen raakt. Dan ligt daar een uitdaging om het zo passend mogelijk op te lossen. Gek genoeg zijn dat ook de momenten waarop je personages groei vertonen.

Was dat ook meteen de grootste uitdaging tijdens het totstandkomen van deze reeks?
Dat mag je wel zeggen. Ik ben de kronieken van Azeria (6 delen waar de helft nu van uit is en de andere helft onderweg) begonnen op heel organische wijze. Het plan was heel mager, maar de karakters hebben daar zelf vlees op gezet, plotlijnen vloeien dan voort uit vooral hun interactie en handelen. Een aantal hoofdpersonages werden bijvoorbeeld geïntroduceerd als bij-personages, maar drongen door hun eigenzinnigheid het verhaal binnen. Op die manier schrijven is ergens heel riskant, maar op bijna magische wijze pakt het bij mij altijd geloofwaardig uit. (In elk geval naar mijn smaak). En zo is het voor de schrijver net zo’n avontuur als voor de lezer.

Over magische wijze gesproken: met welke reden, naast geïnspireerd worden door Tolkien, koos jij voor fantasy?
Hmm, daar moet ik een beetje filosofisch op antwoorden. Tot aan mijn 18e was ik juist erg van de SF. Star Trek, robotica, etc… Ik benaderde dingen graag wetenschappelijk en was eerder een atheïst dan iemand die in God of goden zou geloven. Echter, terwijl ik de wereld zo logisch gericht benaderde, ondervond ik dat die zonder zingeving vooral kaal en saai was. Ik werd er depressief van de wereld te aanvaarden zo ogenschijnlijk leeg als hij was. Fantasy, met een flair voor goden en magie in plaats van het pragmatische, rekenkundige van de wetenschap, maakte mij vrolijk. Het richt zich op dromen en mogelijkheden in plaats van de begrenzing van realisme. In fantasy is je enige grens het bereik van je fantasie. In mijn geval bood dat grenzeloze mogelijkheden! Daarnaast ontwikkelde ik door mijn kentering tegen de moderne menselijke wereld een passie voor de natuur en een – wellicht misplaatst – nostalgisch verlangen naar primitiever tijden. Beide vormen het min of meer traditionele decor voor het fantasygenre. Ik ben daar dus prima op mijn plaats.

Ben je daardoor ook anders gaan denken?
Absoluut. De Garvin van vandaag de dag is niet te vergelijken met de Garvin van voor het schrijven. Bezig zijn met de creatie van een geheel eigen wereld geeft je inzichten en verantwoordelijkheden, die je mijns inziens alleen maar kunnen verrijken. Werken aan mijn eigen wereld voelt aan als een experiment. Een kans om de bedenker van de werkelijke wereld eens te laten zien hoe het ook kan! Haha, ja, ik heb er een God-complex aan over gehouden. Maar per saldo? Door te schrijven over anderen heb ik zelf leren te leven.

Wat een prachtige laatste zin! Hoe voelt het voor jou om deze toch wel innerlijke wereld te delen met de buitenwereld?
Hah! Dat gaat met ups and downs. In eerste instantie ben ik gaan publiceren om naar mezelf te bewijzen dat hetgeen dat ik mijn levenswerk gemaakt heb, serieus wat kwaliteit heeft. Ik wilde na 20 jaar schrijven mezelf een schrijver mogen noemen. Dat punt ben ik inmiddels wel voorbij. Enerzijds vind ik het heerlijk om allerlei mensen mee te laten genieten met dat wat zo lang voor mij privé was. Anderzijds komt er dan natuurlijk de nodige kritiek over je heen, dat werkt soms verlammend of demotiverend. Schrijven en publiceren zijn toch wel twee werelden apart. Zelfs nu ik uitgegeven word, heb ik het idee dat nog steeds in een wereld naast deze te doen. Dat naast de wereld hangen typeert mij. Eerst was ik een met de hand tekenende tekenaar in een wereld die in de ban van computertekenen viel. Nu ben ik een publicerend auteur in een wereld waar het boek een product op zijn retour is en in een land waar het door mij gekozen genre slechts door een kleine minderheid wordt omhelst. Commercieel (en laten we eerlijk zijn, dat is de enige ideologie die deze wereld nog erkent) is dat natuurlijk weinig slim. Dan zet je je klaar voor een teleurstelling, maar wanneer je toch lezers aan je bindt, mensen die zitten te springen om het volgende deel? Dan geeft dat een kick. Genoeg kick om lekker door te gaan.

Van de liefhebbers van fantasy hoor ik vooral positieve geluiden. Zodra ik vertelde dat ik je boeken aan het lezen was, kwamen er enthousiaste reacties. Vooral dat je onderscheidend bent en een hoog niveau hebt. Wat doet deze erkenning met jou?
In eerste instantie blozen. Maar ja, het geeft een kick. Voor ik publiceerde had ik er geen idee van of wat ik deed een kwaliteit vertegenwoordigde. Ik was niet bekend in het boekenwereldje, wist niet met wie ik me zou kunnen vergelijken, etc. Ik deed het vooral voor mijzelf. Toch zie je dan een hoofdmoot aan positieve recensies, je verkopen stijgen, nominaties en dergelijken, dan kruipt er wel een rilling langs je ruggengraat. Dan voel je je echt wel trots.

Welk moment in het gehele proces is het meest dierbaar voor jou gebleken?
De dag dat ik van mijn uitgever een monstercontract kreeg voor Valtada 3, 4, 5 en 6. Daar sprak zoveel vertrouwen van de uitgever uit. Het betekende dat Valtada 1 en 2  genoeg gewaardeerd werden om de serie groen licht te geven en dat ik niet een eendagsvlieg zou blijven met Schaduwkoningin. Die dag heb ik echt wel een glaasje geheven.

Wat mij ook opvalt zijn de mooie covers. Heb jij die zelf ontworpen?
Ja, de ontwerpen lever ik zelf aan, evenals de fotografie (met uitzondering van Schimmenstorm). Ik wil graag dat een cover een scène neerzet die overeenkomt met de inhoud van het boek. Ik lever de beoogde cover als een illustratie, fotografeer de modellen in de gewenste pose en outfit. En dan is het aan de vormgever, meestal Jen Minkman, om met het wonder van photoshop mijn idee fotorealistisch te maken. Voor de novelle Shivane heb ik zelf de draak getekend. Ik kende geen draken die model wilden staan, vandaar.

Die schijnen ook niet zo fotogeniek te zijn. Maar wat leuk dat je het zo doet, dat maakt je boeken nog meer eigen. Wat zou jij het liefst als schrijver willen bereiken?
Iedereen heeft dromen. Sommige targets zijn realistisch, andere grenzend aan onmogelijk. Ik zou heel graag fulltime met mijn schrijfwerk bezig zijn, maar dat is maar voor een heel kleine groep weggelegd. Mijn huidige ambitie is een 10 boeken in 5 jaren plan. Daarvoor lig ik prima op schema. Ik hoop over twee jaar een trilogie en de eerste zes delen van Valtada onder de aandacht van het publiek te krijgen. Daarnaast wens ik op termijn een internationale doorbraak te maken, maar hé, wie niet? 

Je weet maar nooit! Zou je ooit nog een ander genre willen schrijven?
Nee, mijn ambitie is niet het uitblinken in schrijfwerk, maar het vormgeven van Valtada. Daarbij vind ik het leuke van zo’n fantasywereld dat je er tal van genres in kan gebruiken. Ik kan een horrorverhaal op Valtada schrijven, een comedy, een avontuur, een psychologische thriller, zelfs een feelgood of een boeketreeks romannetje. Binnen een fantasywereld als de mijne kan en doe ik het stiekem al allemaal.

Hoe werk jij? Heb je een vaste plek en/of rituelen?
Vroeger had ik de eigenaardigheid om met de hand te schrijven en dan het liefst ergens tegen een boom in de natuur. Tegenwoordig schrijf ik op zolder/slaapkamer, meestal zittend op bed met de laptop op een ontbijttafeltje. Afhankelijk van het stuk dat ik schrijf, probeer ik daar dan sfeer of ambiance muziek bij te zoeken op YouTube.

Heb je een voorbeeld van muziek die je gebruikt?
Ik luister graag naar tracks van Mike Oldfield en filmmuziek van fantasyfilms uit de jaren tachtig. Mede dankzij de vele fantasygames van tegenwoordig is er veel sfeervolle muziek behorend aan computerspellen, te denken aan Skyrim, etc… Wanneer ik schrijf moet het wel instrumentaal zijn. Lyrics leiden af.

Over gamen en films gesproken: Valtada leent zich perfect voor een spel, serie of film. Of wil jij het echt bij het geschreven woord houden?
Haha, doe maar een bod! Nee serieus, ik zie mijzelf als een verzinner van verhalen en het opschrijven in boekvorm is voor mij de meest efficiënte methode gebleken om wat in mijn hoofd is ontstaan vast te leggen. Het verfilmd zien worden lijkt me fantastisch, alleen betekent dat waarschijnlijk rechten verkopen en er dan zelf niks meer over te zeggen hebben, dus of ik dat leuk ga vinden? Ik ben een erg beeldend denker en hecht erg aan de beelden die ik zelf heb bij mijn schrijven. Ik denk dat de boeken zich meer lenen voor een serie dan voor een film.

Dat lijkt mij ook lastig omdat iedereen een eigen inzicht en visie heeft bij een verhaal. Heb je wel eens meegemaakt dat een lezer iets totaal anders uit je verhalen haalde dan hoe jij het voor ogen had?
Haha, ik ontmoet nogal kleurrijke mensen. Laatst had iemand een hele theorie over hoe het personage uit Shivane gereïncarneerd was als Aresta. Ik kreeg een dik compliment voor de manier waarop ik dat had opgezet. Ik dacht alleen maar: huh? Ik kreeg er ook geen speld tussen en dacht, laat maar. Meneer geniet van zijn eigen theorieën.

Haha, geweldig! Wel heel leuk dat mensen er hele theorieën op nahouden. 
Is er een personage dat stiekem je eigen favoriet is?
Ik ben erg fan van de dames, vandaar de covers. Aresta is bij mij nummer 1, die heeft iets heerlijk knulligs. Yivenna is een goede tweede, maar vertegenwoordigt weer een heel andere set persoonlijkheidstrekken. En dan zijn er nog wat karakters die in de coulissen staan, daar mag ik nog niet over uitweiden. Met bijvoorbeeld Emerin staat nog heel veel te gebeuren. En dan komt straks die Sneeuwnimf…

Dat klinkt veelbelovend! Dus echt geen tipje van de sluier? 
Valtada gaat door, in een hoog tempo als het aan mij ligt. Het volgende deel ligt alweer bij de redactie, maar ik ontferm me nu eerst even over een einde aan de Schaduwkoningin trilogie. Moet raar lopen wil er rond het eind van het jaar niet weer een nieuw boek komen. Dus er komt nog meer dan genoeg jullie kant op: draken, spoken, Sneeuwnimfen, bregandiërs, schemersterren, de Hèridath… maak je borst maar nat!

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Morgan Blade

Meaghann Baeken, geboren in 1993, schrijft er onder de naam Morgan Blade lustig op los. Het geschreven woord omzetten in de mooiste verhalen heeft altijd al in haar gezeten, maar onzekerheid zat haar in de weg. Gelukkig voor de lezer, leerde zij steeds meer op zichzelf te vertrouwen. Eerst een online platform, daarna schrijfwedstrijden; de meer dan terechte positieve commentaren gaven haar net dat zetje dat ze nodig had. Het enige wat nog ontbrak was dat felbegeerde boek, een droom die zij uiteindelijk bij Kabook Uitgevers in vervulling zag gaan. Haar boeken werden goed ontvangen, en dat kan ook niet anders. Na onderstaand gesprek met deze zeer creatieve en bevlogen auteur is mij namelijk één ding heel duidelijk geworden: Meaghann is een geboren verhalenverteller en zij weet fantasy en realiteit feilloos te combineren. Of het nou in haar Muse Academy-reeks is of De Van Helsingkronieken, de wereld die zij in haar verhalen creëert weten te boeien, raken en smaken beslist naar meer!

Wat een bijzondere wereld heb je geschapen in Het Apocalypsverbond! Hoe kwam je tot de inspiratie voor dit verhaal?

Ik ben altijd al fan geweest van fantasyverhalen met heksen en magie in de hoofdrol. Ik ben zowat opgegroeid met series zoals Charmed en Buffy, en films zoals Lord of the Rings en Harry Potter. Mijn kennis van deze magische werelden en wezens was een beetje het uitgangspunt samen met het gegeven van de Ruiters van de Apocalyps. Daar wilde ik per se iets mee doen. En dat een heks de hoofdrol zou spelen, dat was sowieso een uitgemaakte zaak. Nee, geen cliché slechte heks die haar magie gebruikt voor het kwade, maar eentje die de mensheid wil laten inzien dat niet alle magie slecht is. Eentje die naast haar heksenkant ook een menselijke kant heeft. 
Daarna begon ik te spelen met de setting. Meestal spelen verhalen zoals dit zich af in andere, oudere tijden of zelfs in heel andere werelden. Dat wilde ik niet. Ik wilde iets schrijven dat in het nu of de nabije toekomst kon gebeuren in onze wereld, met alle technologie en hebbedingen erbij. Al die puzzelstukken samen vormden dan uiteindelijk de outline voor Het Apocalypsverbond. 
Het idee voor dit verhaal spookte al enkele weken in mijn hoofd toen uitgever Moon Young Adult een schrijfwedstrijd aankondigde in samenwerking met het platform Sweek. Ik besloot mijn kans te wagen en ben beginnen te schrijven. Tot mijn grote verbazing belandde ik zelfs in de top 27! Later heeft mijn huidige uitgeverij Kabook het verhaal dan opgepikt, iets waarvoor ik zeer dankbaar ben.

Wat fascineert jou zo aan magie?
Het is altijd een beetje mijn ontsnapping geweest aan de realiteit. 
Als baby werd ik geconfronteerd met oogkanker. Hierdoor ben ik op 13 maanden oud geopereerd en is mijn linkeroog compleet weggenomen. Als jong kind betekende dat nog veel ziekenhuisopnames voor controle en zelfs nu nog word ik om de 6 maanden gescreend. 
Mijn mama is ook een grote fan van fantasy en heeft dit me met de paplepel ingegeven. Kleurboeken met draken, eenhoorns en elfjes, verhaaltjes over heksen en tovenaars, magische speelsets waarmee ik zelfs in het ziekenhuis even kon ontsnappen aan de steriele kamer… Daarnaast was Charmed mijn favoriete serie toen ik een jaar of 8 was wat resulteerde in dat ik later een heks wilde worden. Ik verslond het ene na het andere boek over wicca en alles wat daarbij kwam kijken, richtte mijn eigen (kinder)heksenkring op, verzon rituelen en spreuken… Ik kon me er helemaal in verliezen en nu nog. 
Tegen mijn jongere-ik kan ik dan ook met trots zeggen dat ik een schrijvende heks ben geworden die haar magie graag deelt met anderen.

Wat heftig, maar ook bijzonder! Je zei al dat je wilde laten zien dat niet alle heksen slecht zijn, zoals veel verhalen je doen geloven. En je bent zelf heks. Is het fijn om dat imago, en dus de bijkomende vooroordelen, op deze manier tegen te spreken en te laten zien hoe het echt zit?
Ja, toch wel. Vroeger, in het middelbaar, werd ik soms wel eens vies bekeken als ik liet vallen dat ik wicca tof vond en me zelf eerder zag als een heks. Zelfs in onze moderne tijden heeft hekserij, en eigenlijk zowat alles wat met fantasy te maken heeft, nog steeds een grimmige uitstraling. Je wordt al snel bestempeld als een freak of een nerd als je van die dingen houdt. 
Wicca is veel meer dan vervloekingen en voodoopoppetjes, het pentagram heeft in principe niets te maken met de duivel en zwarte katten brengen helemaal geen ongeluk. Via mijn verhalen kan ik die kennis delen met de lezers waardoor ze hopelijk ook een andere kijk krijgen op magie en fantasie in het algemeen.

Gelukkig helpen de series die jij noemde ook al een beetje, maar verhalen zoals deze natuurlijk nog eens extra. Is dat waarom je graag dicht bij de realiteit blijft, om het zo meer invoelbaar te maken?
Deels, als is het vooral gewoon omdat ik zelf graag Urban Fantasy lees. Een verhaal dat je aan het twijfelen zet over je eigen realiteit, wat is er leuker dan dat?  
Ook mijn Muse Academy boeken spelen zich af in onze wereld, hetzij op een kunstschool gelegen op een Griekse eiland waar Griekse mythologie tot leven komt. Hoeveel lezers me al hebben verteld dat ze dromen van Helikon en zelf een student willen zijn aan Muse Academy is onvoorstelbaar. Maar stiekem doe je het wel daarvoor als auteur. Om je lezers even mee te nemen naar de plaatsen en avonturen die jij hebt gecreëerd.

Dat viel mij meteen op: dat jij je volledig inzet voor je verhaal. Is er een legende of mythologie die net een streepje voor heeft bij jou?
De Griekse mythologie om mee te beginnen. Ook weer iets waarvoor mijn mama verantwoordelijk is. Het allereerste boek dat ik ooit zelf mocht uitkiezen in de winkel, was er eentje met Griekse mythen op kindermaat.
Verder heeft de Arthuriaanse legende  een speciaal plekje in mijn hart. Mijn echte naam, Meaghann, is namelijk van Keltische oorsprong. Dus ergens zat die fascinatie er wel aan te komen.

Met recht met de paplepel ingegoten! Als je een mythe of legende mocht kiezen waarin jij een rol zou mogen spelen, welke kies je dan en met welke reden?
Goh, dat is een moeilijke keuze… Een Amazone lijkt me wel tof om te zijn. Lekker stoer met genoeg avonturen om te beleven. En toevallig is mijn Dungeons & Dragons personage er eentje!
De Arthuriaanse legende induiken lijkt me ook wel tof, met zwaard en magie uiteraard. Vooral als ik de sidekick van Merlijn en Arthur mag zijn.

Wat mij opviel is je behoorlijke empathie. Dat zie je meteen aan de personages die je hebt neergezet. Hoe was het voor jou om ze tot leven te zien komen?
Ik ben zelf een empathisch en emotioneel persoon, dus voor mij is het belangrijk dat mijn personages eerder 3D aanvoelen voor de lezer zodat ze er een klik mee krijgen. Dat is niet altijd even makkelijk aangezien je als schrijver een scene in je hoofd kan hebben die jij ziet als een film, maar daarna moet je die ‘film’ in woorden weten te vertalen zodat je lezers ongeveer hetzelfde beeld voor zich krijgen. Zelf probeer ik zoveel mogelijk in de huid van mijn personages te kruipen zodat ik echt kan handelen en praten vanuit hoe zij zijn. Het klinkt misschien een beetje roleplay achtig, maar voor mij werkt dat het beste om elk karakter zijn eigenheid te geven. 
Maar natuurlijk blijft het spannend als er op die ‘release’ knop wordt gedrukt en je verhaal, en dus ook je personages, ineens worden gedeeld met de wijde wereld. Dan pas komt alles echt tot leven.

Je benoemde al dat je D&D speelt. Maakt dat het voor jou makkelijker?
Eigenlijk speel ik nog niet zo lang D&D. Ik denk nog maar sinds december vorig jaar. Maar ja, ik merkte wel dat mijn schrijfervaringen me hielpen om D&D snel onder de knie te krijgen. In de omgekeerde richting zullen de D&D sessies ook wel een positieve invloed hebben op mijn schrijven. Het is namelijk zo dat het groepje waarmee ik speel, vooral bestaat uit medeschrijvers. Om die reden kunnen we het niet laten om af en toe, buiten onze speelsessies om, een kortverhaal te schrijven over onze karakters in het spel. We zullen dat dan maar beroepsmisvorming noemen.

Wat leuk dat jullie dat doen! Om even terug te komen op de wijde wereld: wat is het spannendste gedeelte als mensen ineens je verhaal kunnen lezen?
De reacties vooral. Wat gaan de lezers denken? Vinden ze het wel spannend genoeg? Herkennen ze zich in de personages? Vonden ze het verhaal leuk? Als schrijver lees je toch altijd de recensies over je eigen boeken met een heel klein hartje. En dat zwijg ik nog over de Biblion recensie. Dat is altijd nagelbijten aangezien daar best veel vanaf hangt.

Vielen de reacties je mee?
Tot nu toe wel. Af en toe zijn er natuurlijk iets mindere reacties die dan door je hoofd blijven spoken, maar 95 procent is steeds positief.

En terecht dat het overgrote deel positief is. Het is dan ook een prachtig verhaal, waarvan de lezers staan te popelen hoe het verder zal gaan. Heb je al een tipje van de sluier?
Wel, ik kan alvast verklappen dat in het tweede deel van De Van Helsingkronieken we lichtjes in de Egyptische mythologie gaan duiken.

Dat klinkt veelbelovend! Ben je ook nog met andere verhalen bezig?
Jazeker! Voor het moment heeft vooral deel 3 van Muse Academy voorrang, maar ik ben ook bezig met een piratenverhaal en een jeugdboek waarin mijn kat de hoofdrol speelt. Uitgeschreven ben ik dus voorlopig nog lang niet.

Heb jij een voorbeeld qua auteur?
J.K. Rowling heeft natuurlijk mijn jeugd een magische tint gegeven en ook Rick Riordan behoort tot mijn persoonlijke helden.

Wat heb jij van hen geleerd dat je meeneemt in je eigen werk?
Om te beginnen doorzettingsvermogen. Ook Rowling en Riordan kregen te maken met afwijzingen en kijk waar ze nu staan. Daarnaast schrijf ik net zoals zij de verhalen die ik gewoon zelf wil lezen. Want daar begint het altijd bij.

Wat is jouw ultieme droom op schrijfgebied?
De grote droom blijft toch wel vertalingen van mijn werk. Vooral het Engels staat hoog op mijn verlanglijstje. De boekenbeurs mag ook elk jaar terugkeren op mijn eventlijst. Vorig jaar was dat een droom die dankzij Creatief Schrijven in vervulling ging.

Over de boekenbeurs gesproken: wat vind jij het leukste aan contact met (potentiële) lezers?
Naast het schrijven is het op pad gaan met mijn verhalen het liefste wat ik doe. Net omdat ik dan een praatje kan maken met (potentiële) lezers over mijn boek, vragen meteen kan beantwoorden en ze hopelijk intrigeren met mijn verhalen. 
Mijn meest favoriete reactie tot nu toe was van een meisje waarmee ik zeker een half uur lang heb staan babbelen op een event waarna ze met mijn eerste boek naar huis ging. De volgende morgen had ik al een bericht van datzelfde meisje. In de auto op weg naar huis was ze beginnen te lezen en ze heeft gewoon doorgelezen totdat het verhaal uit was. Ze kon het boek namelijk niet neerleggen. Ja, ik geef het toe, op dat moment deed ik toch een klein vreugdedansje.

Wat een mooi compliment! 
Welk personage, van al je werk, lijkt het meeste op jou? 
Ik denk toch Imogen uit Muse Academy. Met haar passie voor schrijven en het feit dat ze tot de Onderwereld en terug zou gaan voor de mensen om wie ze geeft, zijn eigenschappen die ik bij mezelf ook terugvind.Lux uit De Van Helsingkronieken heeft dan weer mijn liefde voor magie.

Waar en hoe schrijf jij het liefste?
Ik heb het geluk dat ik een eigen bureau heb waar ik naar hartelust kan schrijven. Verder heb ik het liefst stilte rondom me en voel ik me het meest inspiratievol tijdens de avond/nacht. Combineer dat met drie honden en twee katten om me gezelschap te houden en je hebt mijn ideale schrijfhabitat.

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Lara Reims

Op 9 april is het mijn beurt voor de blogtour van Home, geschreven door Lara Reims, maar dat weerhield mij er niet van om alvast mijn prangende vragen op haar af te vuren.
Home is het laatste deel van de trilogie rondom Rémi, een heerlijke young adult die al vele harten heeft gestolen. Fans zaten dan ook vol spanning te wachten op hoe alles af zou lopen, waaronder ikzelf. Ik griste hem nog net niet uit de handen van mijn pakketbezorger en begon meteen met lezen. Het enige wat ik al kan verklappen is dat deze afsluiter absoluut weer meer dan de moeite waard is! Maar eerst terug naar Lara, het brein achter dit fantastische universum.

Home, een wel erg toepasselijke titel in deze tijd. Dat had je zelf natuurlijk ook niet verwacht. Hoe is het om nu je boek te lanceren?

Ja, dat die titel zo toepasselijk zou worden… Nu een boek uitbrengen is wel gek. Het voelt vreemd om het over iets anders te hebben dan de actualiteit, toch is dat ook juist fijn soms. Ik heb hem nog niet in het echt gezien, Home ligt hier in een Roemeens postkantoor en dat is dicht, dus ik kan er niet bij. Dat komt vast snel, ik wil hem wel graag in de kast zetten bij zijn vriendjes :). En verder, als het boek lezers de mogelijkheid biedt even aan iets anders te denken dan ben ik daar heel erg blij mee, juist nu.
Heel gek dat het verhaal nu echt af is. Ik vond deze wel extra spannend, dus als ik hoor dat iemand ervan genoten heeft is dat heel fijn. Met de thema’s uit de boeken ben ik nog lang niet klaar, dus Rémi of een van de anderen komt nog weleens een knipoog geven in nieuwe verhalen.

Gelukkig! Want als lezer is het gewoonweg niet te doen om afscheid te nemen. Ik las in je dankwoord dat jij daar ontzettend veel moeite mee had, maar dat je daar uiteindelijk hulp bij kreeg. Hoe ging dat in zijn werk?
Als ik in een verhaal zit, verdwijn ik – tijdens mijn schrijftijd tenminste – echt in die wereld. En de personages zijn belangrijk voor me, die zijn zo gegroeid in de loop der tijd. Het leukste van schrijven vind ik het als ik een plot heb, en het verhaal heb geschetst, maar het nog mag schrijven. Het inkleuren, uitwerken, dat vind ik het fijnste stuk. En het daar zelf meemaken. Ik ben visueel, ik schrijf op wat ik voor me zie. Deze boeken heb ik snel achter elkaar geschreven, dus ik zat bijna elke dag een tijdje in het Creodroom. Tijdens het laatste stuk ben ik met een nieuw boek begonnen, zodat er een schrijfproject goed op de rails stond voor ik Home afrondde. En de hulp kwam van mijn uitgever, die dat nieuwe project zag zitten. Het heeft me erg geholpen om weer in een nieuw verhaal te kunnen duiken.

Was het niet vreemd om je te verdiepen in weer een andere wereld en personages?
Ja, maar ook fijn. Ik heb eerst een boek voor wat jongere kinderen gemaakt, dat verschijnt in oktober. Dat verhaal is me erg dierbaar, dus dat was niet moeilijk. Nu ben ik met een nieuwe YA bezig. Het is ook heel leuk om weer nieuwe dingen en personages te maken en ontdekken. De essentie is voor mij toch het schrijven. Ik vind het ingewikkeld als dat niet kan. Ook al zijn het steeds andere verhalen, ik moet die schrijfstem af en toe de ruimte te geven. Nou ja, moet… laat ik zeggen dat ik me heel veel beter voel als dat kan. Ik vond het, bedenk ik nu, ook moeilijk om te stoppen omdat ik toch niet zeker wist of er weer makkelijk iets nieuws zou komen. Dat dat gewoon gebeurt is een hele geruststelling.

Dat lijkt mij ook best lastig, om dan weer opnieuw te beginnen. 
Was het een uitdaging om voor je boek in oktober voor een jongere doelgroep te schrijven?
Iets nieuws is altijd een uitdaging, maar ik vond het heel erg leuk om te doen. Ik vind schrijven voor de jeugd echt het leukste wat er is. Ook omdat mijn leeservaringen uit die tijd me nog zo bijstaan. En omdat het zo’n belangrijke periode is. Ik wil zeker nog meer voor jeugd schrijven, en YA. Daar ligt mijn hart. Ik lees zelf ook nog steeds heel graag jeugdboeken, ik geloof niet dat dat nog over gaat.

Wat is voor jou het leukste aspect aan jeugdboeken?
Het gevoel van ongekende mogelijkheden, denk ik. Het allerleukste vind ik het als een lezer in een verhaal verdwijnt en daar iets nieuws meemaakt, of ergens over na gaat denken. De opening naar iets anders, iets nieuws, iets onbekends. Het gevoel dat je met z’n allen gaat spelen en iets bijzonders mee gaat maken. En ik vind het fijn om voor kinderen en jongeren die zich anders voelen een plek te maken waar ze zich begrepen voelen.

Is op die manier het Creodroom ontstaan?
Jazeker. Het verhaal begon met Rémi. Een jongen die zich rot voelde. Die niet op zijn plaats was. En zo ontstond het Creodroom, een plek waar hij ondanks de duistere kanten altijd al van had gedroomd. Met mensen als hij, en heel leuk speelgoed. Een van de stukken die ik met het allermeeste plezier geschreven heb zijn de hoofdstukken uit het begin van Upgrade, vanaf hoofdstuk acht. Daar ontstond het Creodroom, dat vond ik geweldig om te schrijven.

Het staat bol van sciencefiction en toch kan het allemaal plaatsvinden. In een eerder interview hebben wij het al gehad over deze ontwikkelingen en je fascinatie voor de wetenschap. In Home speelt echter ook genetica en biologie een grote rol. Wat fascineert jou aan dit gegeven?
De vraag in hoeverre dingen zijn aangeboren en in hoeverre je beïnvloed wordt door je omgeving is een vraag die me al lang fascineert. De maakbaarheid van dingen. Er kan steeds meer op het gebied van genetische manipulatie. In het boek wilde ik spelen met en vragen opwerpen over verschillende aspecten hiervan. Over de mooie kanten, als het opsporen van ziektes, en alle minder mooie kanten die je erbij kunt bedenken. Zeker als iets in verkeerde handen valt.

Wat dat betreft ook een passend thema bij deze tijd. Zou jij jezelf laten perfectioneren als dat mogelijk was?
Nu niet. Maar stel dat over twintig jaar iedereen het doet… Dingen worden snel gewoon. Wat ik wel eng vind, is groepsdruk. Dat dingen moeten omdat nu eenmaal iedereen het doet. Het zou voor mij zelf vooral van het onderwerp afhangen. Als ik bijvoorbeeld door een manipulatie van migraine af zou komen teken ik daarvoor. En wat extra hersencapaciteit of geheugen vind ik ook verleidelijk. Maar als ik hier om me heen kijk (ik woon in Roemenië) en zie hoeveel hier gespoten en geprikt wordt om jong te blijven, schrik ik daar wel van. Ziektes en kwalen oplossen lijkt me heel fijn, maar verbeteren omdat iets niet goed genoeg zou zijn vind ik vooral verdrietig. Het lijntje tussen die twee is alleen nogal dun. Maar tegen wat superhelden krachten zeg ik geen nee ;).

Volgens mij maakt dat schrijven ook zo leuk. Je gaat veel dieper over dingen nadenken. En je kan dan naar hartelust spelen met die scheidslijn. Is er daarin een personage dat je heeft verrast met bijvoorbeeld keuzes of denkwijzen?
Ja, zeker. Je maakt een soort laboratorium, bedenkt, stel dat, en dan kun je spelen en uitproberen en laten zien, door het personages mee te laten maken. Voor mij werkt dat krachtiger dan een uitleg zonder de koppeling aan het menselijke. 
Ezra gaat vrij ver in al haar keuzes, en als tegenhanger is er Mevrouw Maarts, die – zeker voor een bewoner van het Creodroom – extreem behoudend is. Wie me erg verrast hebben met hun keuzes, hoe kan ik niet precies zeggen zonder te spoilen, zijn Jérôme in Black-Out en Arthur met de keuze die hij maakt in Home. En Thot, de grote, mysterieuze Thot die niet alleen de wereld maar ook zichzelf steeds weer verbaast.

Ik snap je helemaal! Ook zonder te spoilen: ruimtereizen wordt ook benoemd, met een hint naar een kolonie op Mars. Zou jij dat zelf overwegen?
Ja! Ik ben niet heel reislustig, maar als ik de ruimte in zou kunnen: morgen. Dat wilde ik als kind al. Ik lees er veel over, je moet wat ;).

Wat trekt jou daar zo in aan?
Nieuwsgierigheid. Iets totaal onbekends, waar we nog maar zo weinig van weten. Waar nog zoveel te ontdekken valt over het hoe en waarom. Het gevoel dat er daar ergens misschien toch die ene alles verklarende waarheid verstopt ligt. Verder ben ik helemaal niet zo reislustig, maar dit grote onbekende trekt me enorm aan.

Denk je dat je daar ooit nog een verhaal over gaat schrijven?
Ja, dat komt er zeker aan. Fijne manier om die reis stiekem toch te maken :).

Dat zeker! En het fijne is dat je ons ook meteen meeneemt op deze reis :-). 
Ben jij, als je schrijft, al bezig met hoe het op de lezer over zal komen, of schrijf je in eerste instantie puur voor jezelf? 
Ik schrijf zonder lezer in mijn hoofd. Dat kan ik niet goed anders. Ik wil schrijven zonder ruis. Dat maakt het ook zo fijn. Toen een jaar geleden Upgrade verscheen, was ik wel bang dat ik daarna minder vrij zou schrijven, maar dat valt heel erg mee. Zodra ik schrijf gaat het toch om wat daar op dat papier gebeurt. Pas daarna ga ik over de lezer denken. Die is ontzettend belangrijk voor me, want ik schrijf voor anderen. Maar als ik echt bezig ben moet ik even doen of hij er niet is. Alleen bij een paar technische stukken over kwantumcomputers en tijdreizen heb ik wel de lezer in mijn hoofd gehouden, in verband met de begrijpelijkheid.

Het begrijpelijk maken heb je naar mijn mening ook weergaloos gedaan. Vooral door spelenderwijs vergelijkingen te maken en door de naamgeving, zoals Mega Mindy. Volgens mij heb jij ontzettend veel plezier hieraan beleefd.
Dankjewel, heel fijn om te horen. Ja, Mega Mindy, en Coekie, daar heb ik me wel heel erg mee vermaakt. En de virtuele huisdieren. Het schrijven van dit verhaal is echt het allerleukste wat ik ooit heb gedaan. Dat is alvast meegenomen ;).

Zijn er, op de laatste hoofdstukken schrijven na, momenten geweest waarop je moeite had met schrijven? 
Nee, integendeel, op momenten dat ik het eng vind, of zwaar heb met wat dan ook, is het schrijven altijd wat me weer terug bij mezelf brengt. Een soort mediteren. Schrijven is voor mij mijn meest authentieke stem. Ik schrijf in normale tijden een hoofdstuk per dag, ’s morgens, dan ben ik het scherpst. Nu lukt dat niet, dus schrijf ik tussendoor en dat is dan wel weer het mooie van zo’n situatie, dan merk je dat dat, als het moet, ook best kan.

Ook een soort vlucht uit de realiteit lijkt mij. Gebruik jij je realiteit wel eens in je verhalen om ze zo te relativeren of van je af te schrijven? 
Alleen als er veel afstand en tijd tussen zit. Voor ik over mijn eigen realiteit kan schrijven moet ik het abstract kunnen maken. Ik ben geen dagboekschrijver, maar er komen absoluut heel veel dingen van mezelf in mijn boeken terecht. Wel altijd in een heel andere vorm.

Wat is het mooiste en meest dierbare moment wat je tot nu toe hebt meegemaakt rond de Rémi-trilogie?
Een foto die ik kreeg van een puberjongen, verstopt in een hoodie, op de bank, lezend in mijn boek, dat hij daarna mee naar school nam om in de pauze verder te kunnen lezen.

Dat lijkt mij absoluut een groot compliment! 
De blogtour rond Home is nu in volle gang, over complimenten gesproken. Dat lijkt mij erg spannend! Hoe ervaar jij dat?
Heel spannend. Je vroeg net naar schrijven: de afgelopen tijd drie boeken schrijven vond ik heerlijk, drie keer publiceren vond ik wel heftig. En het laatste deel zeker, omdat het de afsluiting is. Aan de andere kant: dat het zo moest aflopen wist ik vanaf het begin, en dat kan voor mijn gevoel ook niet anders. Je kunt nooit al je lezers een plezier doen. Maar als mensen er zinnen uithalen, of zich aan iemand zijn gaan hechten, vind ik dat heel mooi. Het blijft een droom, dat die boeken er nu echt zijn. Dat had ik niet zo heel lang geleden echt nooit durven dromen.

Mij heb je in ieder geval volledig overtuigd!
Over contact met de lezers gesproken: bij Hamley Books zijn jullie als auteurs echt een familie geworden, en dat gevoel willen jullie overbrengen naar de buitenwereld. In deze onzekere tijden zetten jullie je dan ook in om de lezers afleiding en vermaak te bieden, bijvoorbeeld door live sessies op social media. Wat kunnen wij op dit gebied de komende tijd van jou verwachten?
Ja klopt. Heel fijn. Je bent toch voornamelijk alleen bezig als je schrijft, dus als je dan af en toe met collega’s ervaringen uit kunt wisselen is dat heel fijn. We gaan nog een paar live sessies doen over boeken, en we zijn aan het voorlezen voor ons youtubekanaal. Fijn om zo’n direct contact te hebben op een moment dat iedereen ver van elkaar is.

Vaak zegt men ook dat verhalen verbinden. Welk verhaal is jou, in je leven tot nu toe, het meest bijgebleven?
Ze verbinden, en ze helpen, mij in elk geval, om betekenis te geven aan de dingen om me heen. Er schiet me een verhaal te binnen, dat heel veel verschijningsvormen heeft. Het verhaal van iemand die zich anders voelt, onbegrepen, maar toch, op wat voor manier dan ook, zijn plek vindt. Rémi uit Alleen op de Wereld, Harry uit de kast onder de trap, Tiuri uit de Brief van de Koning. Om er maar een paar te noemen.

Had en heb jij dat zelf ook? Dat je je anders voelt of onbegrepen?
Had ik zeker, als kind heel sterk. Inmiddels heb ik ontdekt dat er veel mensen zijn bij wie ik me thuis voel.

Het lijkt mij dan ook een prachtige gedachte dat je kinderen en jongeren, die dat ook hebben, met je schrijven dat stuk herkenning kan geven. Heb je, wellicht onbewust, ook dat verlangen?
Ja, zeker. Daarom schrijf ik ook zo graag voor jeugd. Het idee dat ik iemand een tijdje in een boek kan laten verdwijnen en een lezer het gevoel kan geven dat er meer mensen zijn zoals hij of zij, vind ik heel fijn.

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Mark de Groot

Mark de Groot heeft met Het zoekavontuur van Geenhoorn een fantastisch verhaal voor kinderen (en volwassenen!) geschreven. Niet alleen de zoektocht naar een eigen identiteit staat centraal, het geheel is tevens spannend, vermakelijk en zit boordevol fantasie. Neem namen als Spronkhaan, Neekhoorn en Kwaadwilg; ze maken het verhaal nog pakkender en getuigen naar mijn mening dat de auteur over een flinke dosis creativiteit beschikt.
Uiteraard was mijn nieuwsgierigheid naar de maker achter dit boek meteen gewekt.
Ik raakte in gesprek met Mark en het verliep anders dan ik gewend ben. Het werd een verrassend wedervraag-interview waar ik met zeer veel plezier op terugkijk.


Een Geenhoorn. Wat een leuk bedenksel! Hoe kwam jij erop om hier een verhaal over te schrijven?
Ik kwam op Geenhoorn vanuit twee verschillende ideeën, waarbij het onbewuste ook een grote rol speelt.
In de zomer van 2018 waren mijn vrouw en ik op vakantie in Schotland. Het nationale dier van Schotland is de eenhoorn. Elke keer dat we langs een weide reden met paarden riep ik uit: ‘Ha, kijk! Eenhoorns!’
Ik denk dat het een geval is van ‘je had erbij moeten zijn’… 🙂
En natuurlijk niet elke keer, maar zo af en toe bleef ik het zelf toch een leuke grap vinden. Ik weet niet wat mijn vrouw er van vindt… Na de eerste keer gaat de glans er wellicht wat vanaf… Ik vermoed dat in mijn onbewuste iets is afgezet, een eenhoorn zonder hoorn (wat feitelijk dan een paard is).
In december 2018 was mijn vrouw halverwege de zwangerschap van onze dochter. Ik was al aan het schrijven met het oog op publicatie. Ik werkte hard aan een Young adult novel, maar hoewel ik tevreden was over mijn schrijfstijl, het niveau, et cetera, was ik ontevreden over het verloop van het verhaal; erg origineel was het allemaal niet. Toen we op een avond in december in bed lagen en vlak voordat ik in slaap viel, bedacht ik wat ik zou kunnen verzinnen als mijn dochter om een verhaal van papa zou vragen. Wat zou ik dan verzinnen? Vrijwel onmiddellijk kwam ik op Geenhoorn; de eenhoorn zonder hoorn.
Via Geenhoorn bedacht ik dat het erg leuk zou zijn wanneer er meer dieren als woordspeling in zouden voorkomen. Neekhoorn en Spronkhaan en Kwaadwilg volgden dan ook snel en van daaruit kwam het verhaal vlot op gang. 
Ik ben in januari 2019 begonnen met schrijven en leverde mijn eerste, herziene versie van het manuscript in in juli 2019. Na revisie, et cetera, is het in januari 2020 gepubliceerd. Iets waar ik erg trots op ben.
Het zoekavontuur van Geenhoorn is geschreven voor mijn muze, mijn dochter. Ze heeft ook een rol. Haar naam is Sophie-May Caoihme de Groot. Die tweede naam, Caoimha, is Schots (Keltisch) en betekent schoonheid en spreek je uit als ‘Keeva’ (de ‘ee’ is ‘ie’).

Wat bijzonder zeg! Je hebt er meteen een mooie boodschap in verwerkt. Wilde je dat bij de eerste versie al of kwam dat nadat je door je dochter geïnspireerd raakte?
Dat was niet de opzet, maar dat groeide er wel in inderdaad. Ik denk dat een verhaal organisch ontstaat, althans, de diepere thema’s. Ik denk niet dat je daar heel bewust naar op zoek kan gaan. Waarschijnlijk werkt dat wel wanneer je een liedje schrijft, of een gedicht. Maar in een verhaal komt dat vanzelf naar voren, afhankelijk van wat het is dat je schrijft. De zoektocht naar je identiteit, naar een eigen plekje in de wereld, is een bekend thema natuurlijk, maar tegelijkertijd ook iets waar we allemaal wel mee te maken krijgen. 
We zijn allemaal Geenhoorn! 🙂

Dat is beslist waar! Namen de personages je wat dat betreft ook bij de hand?
Ik gaf dat ook aan tijdens de boekpresentatie in Middelburg. De personages komen tot leven en gaan hun eigen weg. Als schrijver leid je niet meer, maar moet je volgen. En dat is een verrekt spannende reis!

Wat heeft jou tijdens deze reis het meest verrast?
Ik was geweldig tevreden met Kwaadwilg, het is heerlijk om een stem te geven aan een slechterik. Om Kwaadwilg een belangrijke rol te geven in de afloop, was ook voor mij een verrassing. Dat kwam vanuit het niets. Ook de enigszins filosofische uitspraken van Weerwolf en de dansende beer, sloten goed aan, maar had ik niet als zodanig van te voren bedacht. 
Verder was het op de een of andere manier erg prettig om zo langs de rivier, door het woud mee te reizen. Ik weet niet of dat ergens op slaat, maar toch. 🙂

Van welk personage heb jij zelf het meeste geleerd?
Ik weet niet of ik van een personage iets geleerd heb, maar wat ik wel geleerd heb, is dat je moet schrijven vanuit je hart en dat je niets kan afdwingen. Ik had geen idee dat ik ooit een kinderboek zou schrijven, maar dat is toch gebeurd. En dat ligt mij blijkbaar beter dan het schrijven van een volwassen roman. Ik heb zelden zoveel plezier gehad. Al is schrijven voor kinderen niet eenvoudig. Het is constant de taal in de gaten houden.

Was dat ook meteen de grootste uitdaging?
Nee, dat was niet de grootste uitdaging. De grootste uitdaging was om het spannend en boeiend te maken. Over elke scène heb ik nagedacht over welke elementen ik kon toevoegen. Bijvoorbeeld niet alleen een confrontatie met Kwaadwilg en een succesvolle strijd, maar Spronkhaan die niet ver genoeg gooit en Kwaadwilg die nog woester is en Geenhoorn die eerst bewusteloos raakt. Ook was het een uitdaging om diepte te geven. Ik wilde meer dan alleen een avontuurlijk verhaal.

Heeft je dochter het boek gelezen?
Nee, ze is nu tien maanden en een beetje. Ze vindt wel de cover mooi, geloof ik, want ze stopt het boek graag in haar mond… :). Maar dat doet ze met alles, dus of het echt iets betekent…

Haha, je weet maar nooit! Maar spannend, dan moet het grote moment nog komen ;-). 
Is ze ook de muze van je volgende verhaal?
Ze is niet de muze voor mijn volgende verhaal. Daarvoor werd ik geïnspireerd door… Omroep Max, haha. Vreselijk idee, maar zij hadden een reportage over iets en dat prikkelde de fantasie! Lekker vaag zo, sorry.

Ik moet echt even grinniken om hoe je het zegt. En vaag mag! Heeft schrijven altijd in jou gezeten?
Ja, ik denk het wel. Ik kan heel veel vooral niet; tekenen, knutselen (kleien, pff. Mijn asbakje zag er uit als een tafeltennisbatje zonder greep…). Veel van die handvaardigheid onderdelen zijn niet aan mij besteed.
Maar schrijven vond ik altijd erg interessant. Op mijn elfde schreef ik mijn eerste verhaal (De Griekse Held, een waar onderschat meesterwerk, ik verwacht erkenning na mijn dood) en ik ben altijd wel blijven schrijven; korte verhalen, gedichten, aanzet tot romans. Een boek is er nooit helemaal van gekomen, op de een of andere manier, tot Het zoekavontuur van Geenhoorn. 
Het leven zat ook wel eens in de weg (nou ja, zat vaak in de weg). Sommigen hebben een omweg nodig om ergens te komen, dat geldt zeker voor mij. Het voordeel is wel dat je met omwegen op onverwachte, onbereisde plekken komt.

Dat is absoluut waar en ik ben nu zéér benieuwd naar je meesterwerk. Ga je nog wat doen met alles wat je tot nu toe geschreven hebt?
Ik had het korte verhaal ‘Tijd en wereld’ tien jaar geleden geschreven. Dat heb ik heel erg bewerkt en dat is gepubliceerd in de bundel Rafels. Het concept van Confrontatie (in Dansende olifanten op het ijs) had ik ook al een keer, lang geleden, bedacht. Maar over het algemeen schrijf ik nieuw werk. Soms kan ik een frase of vergelijking of ander stijlfiguur gebruiken uit een ouder werk, maar het schrijven voelt zo goed nu dat ik vooral wil vertrouwen op hoe het nú gaat.
Hoe gaat het met jouw schrijven?

Het gaat heel erg goed, leuk dat je het vraagt! En totaal anders dan ik voor ogen had. Een van de personages had naar mijn idee bijna geen rol, maar ze heeft zichzelf zo in het verhaal geschreven en blijkt juist een enorm belangrijke factor te zijn voor het verhaal. Zo grappig hoe dat gaat. 

Op dit moment ben ik bezig met research. Het is op zich wel handig als sommige feiten kloppen ;-).
Heb jij bepaalde rituelen voor het schrijven?

Nee, ik heb geen rituelen. Nou ja, soms werp ik een maagd in de vulkaan, maar dat is alleen als ik vastloop…
Jij wel?

Haha, dat is ook een optie. 
Ik ga zitten en schrijven. Wel heb ik mijn werkplek geheel beplakt met foto’s uit de omgeving en afbeeldingen die op mijn personages lijken. Een soort grotesk moodboard dus. Heb jij dat ook of zit alles in je hoofd?
Ik heb geen moodboard. Wel foto’s in mijn buurt, niets van mijn personages of de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt. Al doe ik, net als jij, wel het een en ander aan online research. Mijn huidige verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten dus daar moet ik af en toe het een en ander voor factchecken.
Nu wordt het de komende tijd wat vreemd in verband met corona. Omdat ik docent Engels ben zal het een onrustige tijd worden, denk ik zo. Maar ook dat geldt voor iedereen uiteindelijk.
Heb jij een beetje tijd om te schrijven?

We hebben tijdelijk in isolatie gezeten in verband met koorts waardoor ik veel tijd had.
Hoe zijn de reacties tot nu toe op Geenhoorn?

De reacties zijn erg positief, ik heb nog niets negatiefs gehoord in ieder geval. En ik wist niet dat ik er gevoelig voor was, maar elke positieve reactie (zo ook de jouwe) geeft vleugels, haha. Schrijven is een eenzaam en wat onzeker werk; hoe weet je dat wat je doet, goed genoeg is? Dat weet je pas achteraf.

Maak je gebruik van proeflezers om toch een vorm van feedback te ontvangen of heb je het meteen naar Elly Godijn gestuurd?
Mijn vrouw is nu docent Engels, maar ze heeft ook eerder de Pabo gedaan. Ik heb haar vooral gebruikt als klankbord. Pas na de eerste proefdruk heb ik twee proeflezers ingezet: een meisje van 9 en een jongen van 11. Gelukkig waren zij ook erg enthousiast. Sterker nog, ik heb hen ook ingezet tijdens de officiële presentatie in Middelburg. Zij hebben hun favo stukje voorgelezen en mij vragen gesteld. Dat was een groot succes!

Wat leuk! Hoe was het om je boek aan het publiek te presenteren?
Dat was geweldig. De Drvkkery (spelling klopt) is een droom boekhandel. En het was dan ook een droom die uitkwam om daar mijn presentatie te houden. Veel belangstellenden, meer dan vijftig, en een goede verkoop. Het interview door de kids verliep soepel en was aandoenlijk. Absoluut voor herhaling vatbaar! 🙂

Dat klinkt echt fantastisch! 
Wat maakt de denk- en beleefwereld van kinderen zo leuk voor jou?
De denkwereld van kinderen is zo fantasierijk, zo groot en ruim. Een heerlijke, wonderlijke plek om in te verdwalen. Alles kan. Alles mag. Al moet ik eerlijk bekennen, dat mijn huidige manuscript uitgaat van de werkelijkheid; geen mythische wezens… Maar ook dat is een uitdaging, om de werkelijkheid aantrekkelijk te maken. Pff, dat is misschien nog wel zwaarder, haha.

En dat door Omroep Max ;-). Welke dromen heb jij nog op schrijfgebied?
Mijn dromen zijn bescheiden… Een Nobelprijs voor Literatuur of zo. 
Ik heb het manuscript voor een novelle (voor volwassenen) ingediend bij Elly en hoop op publicatie en ben druk bezig aan een nieuw kinderboek. Ik hoop op een mooi resultaat, want ik probeer hier erg creatief mee bezig te zijn. Ik denk dat het gaat lukken, maar het is nog een lange weg. 
Het allermooist, los van de eer van publicaties en presentaties, is een bericht dat een kind genoten heeft van je werk. Soms zou je dat vergeten, dat je het daarom uiteindelijk doet. Want hoe zoet dat ook klinkt, ik vind nauwelijks iets belangrijker. Wanneer een kind zichzelf verliest in een boek dat jij hebt geschreven en daar misschien ook nog iets uit mee krijgt, wauw.
Uiteindelijk ben ik op zoek naar het moment waarop ik voor het eerst Het Oneindige Verhaal las. Dat gevoel gun ik elk kind. 🙂

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Latoya Morris

Al jaren ben ik een groot fan van Latoya Morris. Met haar pakkende schrijfstijl, mysterieuze verhalen en boeiende personages weet zij mij altijd op het puntje van de bank te brengen. Toen ik hoorde over Gebroken adem, dat zich én in het door mij geliefde Ierland afspeelt én een mythe bevat die levensgevaarlijk wordt, was ik dan ook zeer benieuwd. Haar kennende moest dit wederom een fantastisch boek van haar hand zijn.
Ik ben geenszins teleurgesteld, wat een geweldig verhaal!
Mijn recensie volgt aankomende donderdag, dan is het mijn beurt in de blogtour.
Toch kon ik mij niet bedwingen om Latoya alvast uit te nodigen voor een vraaggesprek, want ik wilde uiteraard meteen meer weten over het ontstaan. Tevens had ik enkele vragen over haar als auteur en persoon. Een interessant gesprek volgde.

Ierland, mythen, mystiek; wat een heerlijk verhaal! Ik las dat jij de inspiratie voor Gebroken adem hebt opgedaan tijdens een reis door dit prachtige land. Is het een bestaande legende of kwam het idee spontaan toen jij daar was?

Het idee kwam vrij spontaan toen ik daar was, ik denk dat dat gewoon te maken heeft met de magie van dat land. Naderhand ben ik wel research gaan doen over sagen en legenden en dan specifiek degene die aansloot op het onderwerp in mijn boek, wat ik natuurlijk niet kan verklappen ;). Ik heb niet klakkeloos de legende overgenomen, maar er mijn eigen draai aan gegeven, omdat het moest passen bij wat ik in gedachten had.

Toch heeft het, mede door andere projecten, nog even geduurd voor het verhaal klaar was. Op een gegeven moment liep je zelfs vast en ben je teruggegaan naar dezelfde plek waar het verhaal zich afspeelt. Je benoemt de magie van het land. Heb jij dit al eerder meegemaakt op andere plekken die jij hebt bezocht?
Klopt, het heeft een tijdje stilgelegen en teruggaan naar diezelfde plek heeft mij geholpen het verhaal te voltooien, het ging bijna als vanzelf. Ik heb het inderdaad al eerder meegemaakt. Twee jaar daarvoor waren we in Schotland – waar ik toch al een speciale band mee heb – en daar heb ik ook de inspiratie gevonden voor een boek dat deel uitmaakt van een Fantasy-serie die ik aan het schrijven ben. Schotland is ook zo waanzinnig mooi en ruw en ongerept, ik ben daar heel gevoelig voor.

Je schrijft de meest prachtige verhalen. Heeft dat mystieke en mysterieuze jou altijd zo getrokken?
Dankjewel! Jazeker, ik vind het heerlijk om over fabelwezen te lezen en erover te schrijven. Ik verzin ook heel graag zelf nieuwe wezens. Je gaat gewoon vanzelf fantaseren als je in een land bent dat van nature al zo mysterieus is.

Kan je al wat meer vertellen over de fantasy-serie?
Het eerste deel daarvan heeft als werktitel De Legende van de Zwarte Steen. Het verhaal gaat over Cailin en zijn zus Qess. Qess blijkt een sluimerende magische kracht in zich te hebben van de Oude Wereld, waar vroeger magie bestond. Deze kracht in haar vormt een gevaar voor haarzelf en de hele wereld. Als Qess in de handen van een machtige kasteelheer valt die aast op haar macht, moet Cailin, die geen magie bezit, opeens noodgedwongen in de leer bij een magiër genaamd Drin. Qess wordt alsmaar sterker en onder de invloed van haar gastheer gaat haar magie steeds meer naar de donkere kant neigen. De vraag is nog maar of Cailin zijn training op tijd voltooid zal hebben om haar uit zijn klauwen te bevrijden.
De Zwarte Steen is hier een cruciaal element van de macht die Qess heeft en de rode draad in de serie. Ik heb al 3 delen geschreven en nog ideeën voor een vierde en vijfde deel. Deel 1 en 2 spelen sowieso in Schotland, deel 2 bevat zelfs elementen van de reis die ik samen met mijn man toen heb gemaakt. Over inspiratie gesproken… 🙂  

Wauw, dat klinkt echt fantastisch! Ik krijg meteen zin om het te lezen. Het valt mij op dat je hoofdpersonages vaak mannelijk zijn. Is dat een bewuste keuze?
Ik denk dat dat toeval is, ik vertel De Legende van de Zwarte Steen vanuit zowel Cailin als Qess, dus in feite zijn ze allebei hoofdfiguren. In mijn jeugdboek dat 2021 zal verschijnen, heeft een meisje de hoofdrol. Misschien heeft het er toch een beetje mee te maken dat ikzelf een meid ben en het interessanter vind iets vanuit een jongen te beschrijven. Omdat ik zelf niet echt een meisjes-meisje ben, zijn mijn vrouwelijke hoofdfiguren dat meestal ook niet.

Is het ook een soort uit je comfortzone treden als je schrijft?
Zolang ik fantasy schrijf, zit ik in mijn comfortzone. In dat genre kun je je, tot op zekere hoogte, lekker uitleven. Bij Indigo moest ik er al een beetje uitstappen, want hoewel ik daarin wel met het paranormale speel, was het een realistisch verhaal en dan moet je meer bij de feiten blijven. Ik ben achter de schermen nu bezig aan een thriller, althans ik herschrijf een roman die ik heb geschreven zodanig dat het uiteindelijk een thriller wordt. Dat is de bedoeling. Dat is way out of my comfort zone, want ik heb eigenlijk nog nooit een échte thriller geschreven. Ik lees of kijk geen detectives of zelfs maar CSI, dus qua politiewerk en feiten moet ik daarvoor research doen of mensen met ervaring in dat genre om hulp vragen bij bepaalde dingen. Mijn uitgever Sandra is ook een enorme steun en erg goed erin.

Gebroken adem is het eerste boek dat je onder de vleugels van Hamley Books, en dus Sandra, uit hebt laten geven. Hoe is dat proces gegaan?
Ik zag altijd veel reclame en promotie van Hamley Books op Facebook voorbij komen en die commerciële kant is iets waar ik zelf nooit zo goed in was. Plus de boeken die ze hadden, spraken me enorm aan. Dus heb ik de stoute schoenen aangetrokken en Sandra via de chat aangesproken. Ik vroeg haar of ik misschien twee manuscripten mocht opsturen. Bleek dat ik haar al langere tijd te vriend had op Facebook, klein wereldje ;). Ik had een heel gezellig gesprek met haar en ik mocht meteen de manuscripten doorsturen, waaronder Gebroken Adem. Ze waarschuwde dat het een week of zo kon duren voor ik haar antwoord kreeg, maar ze sprak me meteen de volgende dag geloof ik al aan met het goede bericht dat ze allebei de manuscripten wel zag zitten. Toen ben ik eigenlijk meteen aan de WhatsApp-groep van Hamley toegevoegd en is alles gaan rollen. Een paar redactierondes, spelen met de cover, leuke brainstormsessies, het is gewoon een warm bad waar ik in terechtgekomen ben, met zulke leuke, gezellige mensen allemaal. Ik ben echt heel trots en blij daar deel van uit te maken!

Wat ontzettend leuk! Dat geeft zeker ook een enorme boost als auteur als een uitgever meteen de volgende dag al bericht geeft?
Nou, zeker weten! Vooral ook omdat deze uitgever erg kritisch is en niet zomaar iedereen uitgeeft. Dat geeft heel veel vertrouwen en bevestigt toch dat je iets doet waar je goed in bent.

Hoe was het om Gebroken adem voor het eerst in je handen te houden?
Dit is inmiddels mijn zevende boek en het is altijd een gigantisch mooi en magisch moment wanneer je je boek voor het eerst in handen houdt, maar deze keer was nog specialer. Ik vind dit namelijk in ieder geval qua uiterlijk mijn mooiste boek tot nu toe en het feit dat ik ben opgenomen door Sandra en bij haar uitgeverij een toekomst heb, maakt mijn allereerste Hamley-boek ook heel bijzonder. Ik ben echt ontzettend trots op dit boek.

Mag je ook zeker zijn! Hoe kijk je terug op het schrijfproces van dit boek? Was dat ook anders dan je eerdere boeken?
Het schrijfproces zelf denk ik niet – behalve dan dat er een lange periode was waarin het is blijven liggen en ik speciaal nog eens naar Ierland ben gevlogen om de inspiratie voor het voltooien op te doen :). Het verschil zit ‘m denk ik meer in het herschrijfproces. Ik heb brainstormsessies met Sandra gehad om bepaalde aspecten in het boek wat verder uit te werken, een of twee karakters uit te diepen en zo het verhaal gewoon nog zoveel beter te maken, zo’n intensief proces heb ik niet eerder meegemaakt en het was echt geweldig.

Waar ben je het meest trots op in dit verhaal?
Poeh, dat zijn zoveel dingen ;). Ik denk hoe het verhaal in elkaar zit, dat fantasy zich een beetje met realiteit vermengt en samen een mooi geheel vormt. En het feit dat ik echt geweest ben waar het speelt, waardoor ik het goed hem kunnen omschrijven. Mijn hart zit er gewoon in.

Dat merk je zeker. Geloof jij ook dat er een waarheid zit achter legendes, mythen en sagen?
Dank je ;). Daar heb ik het in mijn verhalen ook nog wel eens over. Wat is er echt en wat niet? Ik denk niet dat er in onze tijd wezens als elfjes en meerminnen leven. Ik denk ook niet dat het wetenschappelijk mogelijk is een hybride vorm van mens en dier te creëren. Ik geloof wel dat er een hogere macht is en dat magie wel degelijk bestaat. Net zoals Morgayne dat in Gebroken Adem zegt, zit magie ook in echte liefde. Aan de andere kant, hoe is iemand ooit gekomen op elfen en kabouters en eenhoorns en centaurs? Hebben ze ooit wel geleefd op deze wereld, of in een andere wereld waar wij niet (meer) kunnen komen? Kijk, draken zouden nog in de tijd van de dino kunnen hebben geleefd, er waren namelijk soorten die vlogen, en misschien zijn gewoon de resten van draken nooit gevonden. Zou toch kunnen? Ik heb ook wel een tijdje geloofd dat het Monster van Loch Ness best wel zou kunnen bestaan of zou kunnen hebben bestaan. Waarom niet? Het had toch zo kunnen zijn dat er een eeuwenoude soort heeft overleefd daar diep in dat loch waar we nog niet kunnen komen? Spoiler alert: vormt ook een onderwerp in de serie van de Zwarte Steen :). Er worden zo vaak levensvormen ontdekt waar wij het bestaan niet van wisten, diep in de oceanen bijvoorbeeld. Ik denk niet dat we zomaar kunnen zeggen iets bestaat of iets bestaat niet, we hebben simpelweg de bewijzen er niet voor. Alleen onze eigen fantasie. Het zijn in ieder geval interessante discussies ;).

En daarom wellicht zo heerlijk te mixen met een realistisch tintje :-). 
Waar komt jouw drive om te schrijven vandaan?
Dat zeker, altijd al een interessante combinatie gevonden!
Die drive zit in me, van kleins af aan al. Ik kan simpelweg niet zonder. Als ik bijvoorbeeld een tijd niet heb geschreven, voel ik me gewoon niet compleet. Ook dat is een vorm van magie, vind ik. Vooral wanneer ik iets in mijn hoofd heb voor een boek en opeens een totaal andere kant ermee op ga tijdens het schrijven, helemaal vanzelf. Ik ben heel dankbaar voor dat talent en voor die magie.

Is het moeilijk voor jou om afscheid te nemen van personages als het verhaal eenmaal klaar is? Ze fluisterden je immers lange tijd hun verhaal toe.
Ik denk dat ik daar bij mijn Yougian-serie het meeste last van heb gehad. Ik heb zelfs nog weleens overwogen om er een spin-off van te maken, of de boeken tot mangastrip te verwerken. Dat laatste ga ik zeker ooit nog wel doen. Het mooie als je werk wordt uitgegeven, is dat de karakters toch iets blijvends zijn en je ze altijd weer kunt opzoeken als je daar behoefte aan hebt. Natuurlijk bewaar ik ook al mijn verhalen op de harde schijf. En vaak schrijf ik gewoon vervolgdelen van een boek…

Heb je naast een mangastrip en vervolgdelen nog andere ambities op schrijfgebied?
Jazeker. Ik vertaal zelf mijn boeken naar het Engels en misschien zelfs Duits in de hoop dat ze ook in het buitenland op een gegeven moment zullen aanslaan. En dan natuurlijk de ultieme droom: boekverfilming! Misschien moet je daar een flinke dosis geluk voor hebben, maar ik zie niet in waarom dat iets onbereikbaars is, tegenwoordig wordt zoveel verfilmd, dus waarom niet? Daar streef ik in ieder geval naar.

Iets anders: stop jij iets persoonlijks van jezelf in je verhalen?
Ik denk dat er altijd wel een paar van mijn karaktertrekjes in mijn karakters zitten. Mensen die mij goed kennen, halen die er vaak wel uit. Judith uit Gebroken Adem houdt bijvoorbeeld van andere culturen en spreekt de wens uit om ooit eens naar Japan te gaan: ik ga dit jaar als het goed is naar Japan ;).

Heb je ook iets van Patrick?
Heel misschien de nerdy-factor en het feit dat ik op z’n tijd ook heel erg op mezelf kan zijn, maar verder heeft hij qua karakter weinig van mij.

Over karakters gesproken: heb jij van tevoren al een vastomlijnd idee of leer je hen gaandeweg kennen? 
Een beetje van allebei. Ik bepaal wel vooraf in grote lijnen hoe mijn karakters moeten overkomen en hoe ze reageren op bepaalde situaties, maar ze ontwikkelen zich ook een beetje vanzelf. Het moet natuurlijk geloofwaardig blijven, ik kan geen superverlegen karakter verzinnen dat opeens halverwege vol enthousiasme voor de klas staat of zo, dat kan alleen als diegene een bepaalde ontwikkeling ondergaat, dat kan niet van het ene op het andere moment natuurlijk.

Merk jij zelf ook dat je je als auteur ontwikkeld hebt?
Absoluut! Van redactierondes leer je als auteur al ontzettend veel. En vroeger begon ik eigenlijk altijd gewoon te schrijven zonder een doelgroep voor ogen te hebben. Bij Hamley heb ik nu geleerd dat wel in de gaten te houden, want je kunt bijvoorbeeld niet echt hoofden laten rollen in een jeugdboek, of een erotische scène uitgebreid uitschrijven in een YA. Dat zijn dingen waar ik nu veel beter op let. Hoofdstukken laten eindigen met een kleine cliffhanger, ook daar ben ik beter in geworden. En een van de dingen die ik vroeger altijd fout deed, was de gedachten van meer dan één persoon in een enkele alinea verwoorden. Dat is een schrijftechnisch foutje en kan alleen bij een zogeheten auctoriaal perspectief. Dat iemand als King daar dan wel mee wegkomt, begrijp ik eigenlijk ook niet helemaal, maar officieel kan dat dus niet en dat heb ik ook moeten leren. Sowieso leer ik altijd heel veel van andere boeken en dan bedoel ik niet zomaar klakkeloos dingen overnemen, maar wel hoe je bepaalde standaarddingetjes op een heel andere manier kunt zeggen.

Heb jij bepaalde auteurs waar jij veel van leert?
Ik heb veel geleerd van de serie De Wetten van de Magie van Terry Goodkind. Normaal lees ik dat soort series gewoon in het Engels, maar mijn man was met de vertalingen begonnen en ik moet zeggen dat die heel goed zijn, ik raakte er net zo verslingerd aan als hij. Hij heeft zelfs al eens tegen mij gezegd bij een bepaald manuscript dat hij kon merken dat ik die boeken heb gelezen ;).
Ik ben ook erg fan van Hans Christiaan Andersen, grotendeels vanwege het feit dat hij veel van zijn sprookjes niet zo happy laat eindigen. Ik ben ook wel iemand die niet van happy endings houdt, ik ben zo’n auteur die op het laatste moment nog even graag een geliefd karakter dood laat gaan, gnagna.
Ook van Jan Wolkers ben ik altijd een groot fan geweest, van hem heb ik dan weer geleerd een steamy erotische scène te schrijven ;p. Ik had ooit de eer hem te ontmoeten en kreeg een stevige knuffel van hem ❤

Wat leuk om te lezen :-). Hoop jij op jouw beurt weer een inspiratie voor anderen te zijn? 
Dat zou inderdaad mooi zijn, daar doe je het toch ook een beetje voor, mensen laten genieten van je verhalen en ze misschien ook wel inspireren zelf iets te doen met hun schrijftalent. Ik wil iedereen sowieso aansporen hun dromen achterna te jagen. Ga er gewoon voor!

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Tibisay Felida

Tibisay Felida heeft met De hogepriesteres van Aruc beslist een verhaal met de nodige potentie geschreven. In deze heksenadel roman neemt zij je mee op reis naar hedendaagse heksenvervolging. Weliswaar niet meer op de brandstapel, maar de angst voor het onbekende zorgt er nog steeds voor dat mensen die ‘anders’ in het leven staan te maken krijgen met de nodige oordelen en daaruit voortvloeiende acties.
Ook neemt zij je mee op een magische reis. Parallelle werelden, vorige levens, rituelen, magie; alles komt aan bod waardoor een veelzijdig en spiritueel verhaal is ontstaan.
De roman is in eigen beheer uitgegeven en ik was dan ook benieuwd naar de beweegredenen achter het schrijven.

Wat heeft jou doen besluiten om een roman te schrijven over de wereld van heksen?

Ik besloot een roman te schrijven die ik zelf zou willen lezen. Mijn startpunt was: wat vind ik zelf leuk? Wat voor soort verhalen mis ik zelf? Ik heb altijd al interesse gehad in de combinatie van het occulte, de angst daarvoor en onderdrukte, vervolgde groepen mensen. Mensen die vervolgd, gevreesd of met minachting behandeld worden door hun kennis of krachten. Dan kom je algauw bij de heksen, de meest realistische magische wezens op aarde. Maar je kunt de heksen ook zien als metafoor voor andere groepen die door onderdrukking of tegenwerking sterker zijn geworden.
En ik ben een veertigplusser die dol is op fantasy. Bijna alle fantasyverhalen hebben een hoofdpersoon van 18 jaar of jonger. Alsof mensen van mijn leeftijd geen nieuwe, wonderlijke en magische dingen zouden meemaken. Dus leek het me leuk om een oudere hoofdpersoon te hebben in een fantasyroman.
En dan heb je ook nog het feit dat ik om me heen kijk en niet altijd tevreden ben met wat ik zie. Als sommige dingen van wereld je niet bevallen en je macht om dat te veranderen beperkt is, dan maak je je eigen wereld. En dat heb ik gedaan. Ik heb de heksenadel wereld gemaakt. Een wereld waarin ik invloed heb op mensen en gebeurtenissen.

Waar ben jij niet tevreden mee?
Ik denk dat de meest eenvoudige en overzichtelijke manier om je vraag te beantwoorden is: ik ben ontevreden over de machtsverhoudingen in de wereld. Doordat bepaalde kennis niet toegankelijk is geweest voor de meerderheid van de wereld, heeft dat heel veel gevolgen voor de hele dynamiek op aarde. Kennis is macht.

Dat komt duidelijk terug in je roman. Maar ook  de macht weer terugnemen in eigen hand. Waar denk jij dat de angst, die je eerder benoemde, vandaan komt?
Ik denk dat die angst twee oorzaken heeft. Ten eerste heb je de angst voor het onbekende. Want wat ik occult of magie noem, is eigenlijk allemaal wetenschappelijk uit te leggen, maar zolang we niet weten hoe het in elkaar zit, noemen we het even “magie”. Net zoals antibiotica of elektriciteit magie is voor iemand die niet weet hoe het allemaal werkt.
Ten tweede heb je de dinosaurussen, dus de grote machtige personen en organisaties zoals bijvoorbeeld de kerken, die weten dat ze gaan uitsterven en daar bang voor zijn en zich krampachtig vasthouden aan een wereldorde die niet langer meer stand zal kunnen houden. De dinosaurussen weten dat verandering de enige onveranderlijke werkelijkheid is en maken zich zorgen.

Waar komt jouw belangstelling voor het occulte vandaan?
Als ik probeer na te denken over mijn eerste herinnering hier op aarde, komt als eerste in me op dat ik aan de hand van mijn moeder loop op een zandweg.
Ik heb ook een herinnering dat ik geboren werd en het plotseling koud had, terwijl ik daarvoor in een warme omgeving was. Deze laatste herinnering is misschien mijn verbeelding. Samen met mijn moeder op de zandweg klopt wel. Dat weet ik van mijn moeder. Ik was toen 3 jaar. Maar bij beide scenario’s had ik altijd de gedachte: wat doe ik hier? Waarom ben ik hier? Wat kom ik hier doen? Hoor ik hier thuis? Is dit mijn plek?
En ik heb me nooit kunnen losmaken van deze vragen. Zodra ik in staat was om daar informatie over te verzamelen heb ik dat gedaan. Eerst heb ik heel veel vragen gesteld aan mijn ouders en oma. Daarna, toen ik kon lezen, heb ik daar zelfstandig informatie over opgezocht. En dat doe ik nog steeds.

Ben je al tot mooie inzichten gekomen?
Oh, ja, heel veel mooie inzichten. Sommigen heb ik op een ludieke manier beschreven in “De hogepriesteres van Aruc”. Maar ik zou graag nog meer willen leren, begrijpen en aanvoelen.

Is dat ook een doel geweest van je verhaal? Om lezers er meer over te leren en ook hoe ze bij hun eigen kracht kunnen komen?
Eigenlijk wel, ja. Ik wilde graag oorzaak en gevolg laten zien, zelf je verantwoordelijkheid nemen, beseffen hoe machtig je bent en ontsnappen uit de slachtofferrol. Maar dan zonder moralistisch te zijn.

Dat is je zeker gelukt!
Heb je tot nu toe mooie reacties gekregen?

Jawel, de reacties zijn overwegend positief. Zeker gezien de omstandigheden waarin ik het boek heb uitgegeven. Het originele manuscript was meer dan 100.000 woorden. Ik moest het van de redacteur inkorten tot 40.000 woorden. Ik heb dat gedeeltelijk tegen mijn zin in gedaan. Ik heb vaak tegen mijn gevoelens en intuïtie in moeten handelen, omdat mensen met meer kennis van zaken dat vonden. Ik ben niet aan het klagen, hoor. Ik heb zelf mensen ingehuurd en het was mijn eigen keuze. Maar daardoor voelde ik mij heel erg onzeker over deze roman. Meestal projecteer je die onzekerheid ook en wordt het opgevangen door de kosmos waardoor de omgeving ook een beetje lauw reageert. Vanwege mijn onzekerheid heb ik heel weinig marketing gedaan. En ondanks dit alles heb ik geen echt slechte reacties gekregen. Al met al ben ik tevreden, maar ik wil in de toekomst als er wat tijd overheen is gegaan een herziening doen.

Zeker doen! Het is en blijft jouw verhaal. Wat ik heel mooi vind, is dat je je echt volledig geeft. Zo heb je dacht ik ook de grimoire van Alice geschreven. Is het voor jou moeilijk om je los te rukken van het verhaal?
Eigenlijk is het “De grimoire van Isis de Ruiter”. Daarin staat natuurlijk ook informatie overgeschreven uit de grimoire van Alice Kyteler. Ik ben met de grimoire bezig en het zal in de zomer uitkomen. Het is makkelijk voor mij om mijzelf te geven aan het verhaal en onmogelijk om ervan los van te komen want de heksenadel wereld is mijn kind, mijn werkelijkheid, net zoals mijn dochter dat is. Het is een deel van mij. Het is een werkelijkheid die ik gemaakt heb, en die voor mij bestaat naast de werkelijkheid waarin ik geboren ben. De heksenadel wereld koesteren  is voor mij even gemakkelijk als het voor je zou zijn om van je kind, kat of hond te houden en ervoor te zorgen. Het enige verschil is dat de heksenadel wereld voor 99 procent in mijn hoofd zit en voor 1 procent op papier.

Dat klinkt veelbelovend! Denk jij dat het verhaal uit een deel van jezelf komt? Bijvoorbeeld een stukje reïncarnatie?
Dat weet ik niet, maar het is wel een voorbeeld van iets wat ik beter zou willen begrijpen. Reïncarnatie zou daadwerkelijk een verklaring kunnen zijn. Als de kans zich zou voordoen, dan zou ik heel graag een regressietherapie doen. Om beter het een en ander te kunnen begrijpen. Bijvoorbeeld: waarom blijft dit verhaal en deze wereld continu in mijn achterhoofd? Waarom wilde ik als klein kind al schrijfster worden? Waarom ben ik als meisje van Curaçao zonder oorzaak of reden geïnteresseerd in de Keltische cultuur? Waarom kon ik een universitaire opleiding afronden zonder dat Nederlands mijn moedertaal was en met minimale inspanning? Waarom voel ik me alsof ik niet thuishoor in deze wereld en werkelijkheid? Genoeg vragen!

Heb jij ook cursussen of workshops op dit gebied gevolgd? Het viel mij namelijk op hoe ongelooflijk veel kennis jij hebt.
Nee hoor, niet echt. Ik heb wat boeken gelezen en tutorials op YouTube bekeken. Dus veel zelfstudie, maar zonder een echte persoonlijke begeleider of initiatie.

Wat is jouw grootste droom op schrijfgebied?
Ik werk nu als educatieve auteur bij een onderwijsadviesbureau en schrijf voor hen teksten voor een leergang Nederlands. Mijn grootste droom is om genoeg te verdienen met mijn verhalen om ervan te kunnen leven. Ook zou ik willen dat mijn verhalen ooit worden uitgebeeld, dus dat de heksenadel verhalen ooit een theaterproductie, musical of tv serie zouden worden. Het zou me geweldig lijken om deze wereld in mijn hoofd te kunnen delen met meer mensen. Ook mensen die het niet leuk vinden om te lezen.

Ik vind schrijven zelf vaak een vorm van magie. Geldt dat voor jou ook?
Ja, maar voor mij is alles wetenschappelijk en magisch. Als ik er analytisch naar kijk is het alchemie en wetenschap. En als ik het onbevangen aanvoel en alleen maar geniet zonder na te denken is het magie. Het is een overgang die ik maak afhankelijk van hoe ik me voel of de van de omstandigheden.

Veel mensen zien een duidelijke scheidslijn tussen wetenschap en spiritualiteit. Voor jou gaan ze hand in hand. Denk jij dat er ooit een tijd komt dat dit voor iedereen gaat gelden?
Ik denk van wel. Eigenlijk heeft Albert Einstein het al heel oppervlakkig en discreet aangekaart. En met de kwantumfysica gaat men ook al een stapje verder. Over een paar decennia zal het normale gedachtegang worden, denk ik.

Nu we het toch daarover hebben: reis jij zelf ook wel eens naar een parallelle wereld of is dit verhaal dat al voor jou?
We doen allemaal niets anders, maar vinden het normaal denk ik. Ik doe het vaak tijdens het (dag)dromen, meditaties, astrale projecties en visualisaties.

Heb jij moeilijke momenten meegemaakt tijdens het schrijven?
Ik heb verschillende keren het verhaal proberen te schrijven, maar bleef vastlopen bij de helft van het verhaal. Wat mij altijd overkwam was dat ik vol zelfvertrouwen begon aan het schrijfproces en wanneer ik het verhaal enkele dagen later doorlas, ik echt moest ineenkrimpen van schaamte. Het was duidelijk niet goed. Ik was niet in staat om goed te begrijpen waarom alles zo precies en zo mooi in mijn hoofd was, maar zo knullig op papier verscheen. Later heb ik een schrijfcoach ingehuurd waardoor het mij gelukt is om de eerste versie op papier te krijgen. Mijn foute redenering was dat ik dacht dat, omdat ik taal- en letterkunde gestudeerd had, het schrijven makkelijk voor me zou moeten zijn. Maar een theoretische universitaire opleiding betekent niet dat je ambachtelijk kan schrijven en dat je de goede verhouding weet tussen dialogen, beschrijvingen en gebeurtenissen. En duizenden andere dingen die te maken hebben met het ambacht. Ik moest het ambacht door de praktijkervaring van mijn eerste boek aanleren.
De moeilijke momenten waren tijdens de skype vergaderingen met de schrijfcoach. Ik ben gevoelig voor kritiek en kreeg van alles te horen wat niet goed was en hoe het wel zou moeten. Toen heb ik begrepen dat kritiek op je creatie niet hetzelfde is als een onvoldoende voor een opstel op school of feedback op je scriptie of andere non-fictie. Je bent niet bezig met het verzamelen en parafraseren van relevante informatie zoals bij een wetenschappelijk artikel. Het gaat om iets wat echt van jou is, het komt uit je en als iemand zegt dat het niet goed is, dan voelt het aan alsof iemand zegt dat je kind lelijk is. Dat waren volgens mij de moeilijke momenten die ik nodig had, om het verhaal te kunnen schrijven. Daarbij vergeleken was het bijschaven makkelijker.

Wat dat betreft is schrijven ook heel kwetsbaar zijn. Zie jij dat ook terug in je personages?
Mijn personages schrijven natuurlijk niet, maar ik voel me kwetsbaar als ik schrijf, omdat ik via mijn personages mijn ziel blootleg op een manier waarop ik dat nooit doe in mijn normale dagelijkse leven.

Zie jij gaandeweg het schrijven je personages ook evolueren?
Jazeker, hoe langer ze bij me zijn, hoe beter ik ze leer kennen. Eerst zijn het typetjes. Daarna kom ik meer te weten over hun opvoeding, hun ouders, hun vorige levens. Ik krijg beelden van hun jeugd en langzamerhand heb ik steeds meer begrip voor hun zienswijzen, gevoelens en waarom ze op een bepaalde manier in de wereld staan.
In de redactie zijn er veel scènes verdwenen waardoor de lezer heel veel achtergrondinformatie mist. Het gaat om scènes die je de personages beter laat kennen, maar die het verhaal die het verhaal niet vooruit helpen, waardoor ze verwijderd moesten worden. Maar ik heb die informatie wel. Sommige kanten van de personages zullen misschien in de toekomst beter tot uiting komen, denk ik.

Heb je al een idee wanneer wij het vervolg kunnen verwachten?
Ik weet het niet helemaal zeker. De Grimoire van Isis de Ruiter komt in de lente/zomer van dit jaar uit. Ik begin het vervolg te schrijven in de zomer. Ik denk dat Halloween 2021 een realistische streefdatum is.

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Rani de Vadder

Met Toxine heeft Rani de Vadder een verslavend en volstrekt uniek debuut geschreven. In deze spannende young adult fantasy neemt zij je mee op reis naar Rivalen, een rijk overheerst door een opperheer die Offers van hun gaven wil ontdoen of ze gebruiken voor eigen gewin. Khala is een Offer, maar weet te ontsnappen. Wat volgt is een episch avontuur vol mythen, symboliek en natuurlijk de strijd tussen goed en kwaad.
Rani is nog jong, en aangezien dit haar eerste uitgegeven werk is, is zij beslist een auteur om goed in de gaten te houden. Want veelbelovend is een understatement! Hoog tijd dus om met deze talentvolle dame in gesprek te gaan.

Ten eerste gefeliciteerd met je debuut! Waar komt jouw liefde voor fantasy vandaan?

Sowieso van alle verhalen die mijn mama aan me voorlas. Kinderboeken zitten propvol magische elementen en daar droomde ik altijd bij weg. Ook films en andere boeken hebben mijn fantasyliefde doen aanwakkeren. Zeker toen ik de Grisha-trilogie van Leigh Bardugo begon te lezen, wist ik dat dit mijn favoriete genre zou worden – en dat werd het ook! Niet enkel lezen, maar ook schrijven bleek een verslavend iets te worden en ik vind het nog steeds geweldig om fantasywerelden te ontwerpen. Alles kan daarin!

Waar komt jouw drang om het zelf te schrijven vandaan?
Goeie vraag! Dat is sowieso begonnen in het lager onderwijs. Toen begon ik mij te verwonderen over schrijvers; hoe konden zij een heel boek schrijven? En zo ben ik zelf begonnen met experimenteren, want het leek me fantastisch om dat zelf te kunnen. Mijn eerste boekje ging over een kikkertje, Driepootje genaamd, dat gepest werd omdat het maar drie pootjes had!

Wat leuk! Welke auteurs waren voor jou grote voorbeelden?
Zeker Michelle Paver! Zij schrijft over wolven en magische elementen in een prehistorische wereld. Haar boeken zijn nog steeds mijn favorieten en het is heerlijk hoe ze zo’n prachtige wereld heeft weten neer te zetten. Ook Leigh Bardugo van de Grisha moet er zeker bij. Zij weet zelf de kleinste details in haar fantasywerelden te verwerken. Zij is waarschijnlijk mijn allergrootste voorbeeld.

Heb jij je ook door hen laten inspireren of komt Toxine echt helemaal vanuit jezelf?
Ik heb me wel laten inspireren door Leigh Bardugo. Ik vond zo’n magische wereld met een mysterieuze slechterik echt heel leuk en dat wilde ik zelf ook wel. De slangen in Toxine komen wel uit mezelf, want slangen leken me gewoonweg het beste fantasymonster ooit. Voor de rest heb ik me vooral door mezelf laten inspireren, maar ik denk dat ik automatisch wel inspiratie krijg door het lezen van boeken en het kijken van films.

Wat is reden dat jij slangen het beste fantasymonster ooit vindt?
Slangen zijn slinks, worden vaak in verband gebracht met sluwheid en ze zien er mooi maar ook duidelijk uit. Ze representeren letterlijk een giftig iets – iets toxisch! 😉
Dat vind ik echt geweldig aan deze reptielen. Ze zijn gewoon té goed om niet te gebruiken als monster!

Helemaal mee eens! In Toxine ontbreekt een donker woud vol duistere wezens niet. Staat dit nog ergens symbool voor?
Ja, eigenlijk wel een beetje voor onzekerheid en angsten – als in de zin van je bent bang voor iets of iemand en durft je er niet tegen te keren. Khala besluit om het Zwarte Woud toch de rug toe te keren! Zo overwint ze een stukje van haar onzekerheid!

Toch goed gegokt! 
Naar mijn idee heb je veel meer verborgen symboliek toegevoegd, klopt dat?
Ik heb zeker slangen gebruikt als iets slechts! Er wordt gesproken over een nest vol slangen, wat dus staat voor leugens en verraad en slinksheid. Ook de raven die je doorheen het boek ziet, staan voor duisternis en de dood – een voorbode. De Corvus lijken wel de belichaming van al die duistere dingen, alsof emoties dus iets levends zijn geworden. Ik ben er zeker van dat je nog meer symboliek kan terugvinden die ik er onbewust in heb verwerkt en zelf niet herken (dat heb ik alleszins al vaker gehoord!).

Klopt, persoonlijk haalde ik van alles uit je boek :-). 
Hoe was het voor jou om je in te leven in Khala?
Dat ging best wel goed. Ik steek heel veel van mezelf in personages en volgens mij was dat bij Khala ook wel het geval. Ik had alleszins een perfect beeld van hoe ze moest worden en hoe ze zou reageren. Ze maakt doorheen het boek ook een evolutie toe. Ze begint zelfzeker – omdat dat haar eigen plan is – maar zodra de plannen veranderen, merk je hoe moeilijk het voor haar is om nog dingen te durven. Gelukkig evolueert ze doorheen het boek en is zij uiteindelijk degene die initiatieven neemt en de touwtjes in handen neemt. Zo ben ik stiekem ook wel een beetje. Na mijn angst te overwinnen, durf ik eigenlijk heel wat!

Wat mooi dat je dat zo gedaan hebt! Over angsten gesproken: vond je het eng om de eerste reacties te ontvangen?
Ja, heel erg eng! Ik was plots zó onzeker toen de eerste reacties kwamen, maar eigenlijk viel dat heel erg goed mee! De meeste zijn positief en vaak ook heel leerrijk, want dat is ook belangrijk! Ik leer veel bij en probeer die opmerkingen mee te nemen in nieuwe verhalen. En het is trouwens geweldig als ik heel mooie recensies of foto’s tegenkom – dan realiseer ik me dat het het waard is!

Je bent nog heerlijk jong. Wil jij uiteindelijk ook van het schrijven je beroep maken?
Dat zou natuurlijk geweldig zijn – een echte droom! Maar ik wil ook realistisch blijven en ik zou het al fantastisch vinden als ik op een regelmatige basis boeken kan uitgeven buiten mijn werk – en wie weet wordt het ooit wel een fulltime beroep. Maar het feit dat ik mijn droom (auteur zijn) nu al heb kunnen waarmaken, maakt het voor mij eigenlijk al helemaal af!

Ben je al bezig aan een nieuw verhaal?
Mmm… YES! Ik wil nog niet te veel verklappen, maar ik kan wel zeggen dat het een fantasy wordt… Er komen ook slangen in voor. Heel veel slangen. En deze keer is de slechterik misschien geen jongen, maar een meisje. 😉

Klinkt veelbelovend! En leuk dat je er wederom slangen in verwerkt. Wat fascineert jou het meest aan de slechterikken in je verhalen?
Slechterikken moeten voor mij mysterieus zijn, maar mogen best een gevoelige kant hebben. In mijn nieuwe boek lees je door de ogen van een meisje dat in de wereld wordt getrokken zonder dat zelf te willen. Zo zie je hoe mensen evolueren doorheen de jaren of door gebeurtenissen. Ook lees je vanuit een andere slechterik, die ijskoud lijkt maar opnieuw is de waarheid niet zo eenzijdig. In de nieuwe reeks is niets wat het lijkt!

Zie jij dat ook terug in de realiteit?
Jazeker. Er is nog steeds zoveel slecht in de wereld en helaas affecteert dit een heleboel mensen. Soms zorgen die dingen ervoor dat mensen ook slechte dingen doen, maar goed en kwaad is vooral niet eenzijdig. Ik denk dat we daar beter op moeten letten. Soms kan je een vijand pas overwinnen door hem te begrijpen en te helpen.

Mooi gezegd. 
Wat vind jij het leukste aspect van schrijven?
Een wereld neerzetten die helemaal van jou is. Je hoeft je niet aan regels te houden en kan je eigen fantasie ten volle benutten. Dat vind ik fantastisch! Ook poëtisch experimenteren vind ik heel fijn aan schrijven, zo kan je ook jezelf beter leren kennen en je eigen gevoelens uitdiepen en verwerken. Schrijven kent geen grenzen!

Denk je dat je ooit een ander genre dan fantasy zal oppakken?
Ik hoop van wel. Ik zou alleszins heel graag een volwassen roman schrijven (maar misschien als ik wat ouder ben ;)). En een jeugdboek lijkt me ook heel tof! Voor nu zal ik wel nog even op fantasy blijven, en dan met name YA.

Naast schrijven ben jij studente Toegepaste Taalkunde Chinees en Engels. Hoe combineer jij dit alles?
Eerst studeren, dan pas schrijven. Helaas houd ik me daar niet altijd aan, maar mijn studie begint wel meer en meer van mijn vrije tijd en energie op te slorpen, dus ik moet nu wel leren om een balans te vinden. Toch gaat dat nog. Ik probeer ook in pauzes wat te schrijven, want dat voelt mij al als een momentje om te ontspannen. En zeker ‘s avonds schrijf ik het allermeest!

Onder het genot van Belgische chocola, las ik? 😉
Zeker! Belgische chocolade en frietjes zijn het allerbeste eten dat er bestaat. 😉

Heb jij, naast eten, nog andere rituelen tijdens het schrijven?
Ik schrijf ALTIJD op muziek ;). En dat met name dramatische of trieste filmmuziek. Hoe meer emoties, hoe beter. Dat helpt me om echt los te komen tijdens het schrijven, want ik schrijf vooral uit emoties en gevoelens. Ik heb muziek dus echt nodig!

Heb je voorbeelden van deze muziek? Nu ben ik benieuwd ook!
Hihi, zeker! Sowieso de filmmuziek van The Revenant. Dan deze bijvoorbeeld:
– The Revenant – Sound of Hugh Glass
– Wicked Game – Ursine Vulpine feat. Annaca
– You – Keaton Henderson
– Lover’s Death – Ursine Vulpine feat. Annaca
– Devil’s Backbone The Civil Wars

Meteen opgezocht en ik snap je volledig! Muziek laat je, vind ik persoonlijk, wegdromen. Over dromen gesproken: deze spelen ook een rol in Toxine. Denk jij dat de droomwereld ons iets duidelijk wil maken, net zoals in verhalen?
In de echte wereld niet echt, maar wel in boeken. Ik vind dat dromen in fantasywerelden altijd een betekenis hebben, want dat hoort gewoon bij fantasy. Daarom geniet ik er ook van om speciale dromen in mijn verhalen te verwerken, en daar dan weer betekenis in te steken.

Als je een mythisch wezen zou kunnen zijn, welke kies je dan?
Een elf! Elfen zijn cool! Ze zijn slim, wijs en kunnen zowat alles aan. En ze staan in dicht contact met de natuur. Lijkt me fantastisch.

We kunnen dus ook een verhaal over elfen van je verwachten… ;-)?
Nou… Ik heb ooit een boek geschreven waar elfen in voorkomen, dus wie weet. 😉

Bijzondere gesprekken

In gesprek met J.B. Ocean

Blauw is het weergaloze debuut van de vriendinnen Joke Vander Aa en Barbara de Smedt. Het boek is uitgegeven onder de naam J.B. Ocean en zag in 2019 het levenslicht. In eerste instantie hebben de auteurs deze bijzonder mooie roman in eigen beheer uitgegeven, maar al snel werden ze opgemerkt door Hamley Books. Blauw zag deze maand opnieuw, en deels bewerkt, het levenslicht en werd meteen bij uitkomst jubelend ontvangen. Niet zo gek, want het verhaal gaat onder je huid zitten, sleurt je mee en weet de lezer diep te raken.
Natuurlijk was ik mede daardoor meteen zéér benieuwd naar de creators van Blauw en besloot ik om met ze in gesprek te gaan.


Hoe is het om samen aan een boek te werken?
Barbara: Het was erg stimulerend om samen het verhaal te bedenken. Met twee schrijven gaat eigenlijk erg snel omdat je twee stel hersens hebt die creatief aan de slag gaan. We hebben veel lol gehad tijdens het bedenken van de verhaallijn en door er samen over te praten kwamen de personages ook sneller tot leven. Er zijn natuurlijk ook nadelen, je moet het steeds eens zijn met elkaar, bijvoorbeeld. Maar daar hadden we niet veel moeite mee. Wat ik wel moeilijk vond was om het boek samen te herschrijven. Je kan namelijk niet zomaar dingen beginnen veranderen in de tekst, je moet steeds elkaars toestemming vragen dus dat duurt allemaal wat langer. Maar hey, het was het allemaal waard. Samen aan een boek werken als vriendinnen maakt je vriendschap nog hechter. Ik zou het zo opnieuw doen!

Geen hoogstaande ruzies dus voor jullie? 😉
Barbara: Nee, hoor.
Joke: Zeker niet, dat ligt ook simpelweg niet in onze aard denk ik. (Als onze mannen dit lezen kan er misschien wel een wenkbrauw omhoog schieten ;-)). We wilden het beiden gewoon leuk houden en deden daarom ieder tijdig water bij de wijn. Maar eigenlijk is dat niet vaak nodig geweest. We hadden gelukkig vaak dezelfde ideeën. Het hele schrijversproces heeft nooit als een strijd aangevoeld. Het zou misschien anders zijn geweest als één van ons reeds ervaring had met het schrijven van een boek, waardoor die ene persoon dan meer zeggenschap zou krijgen of eisen. Maar het was voor ons beiden ‘onze eerste keer’, dus zijn we op gelijke voet begonnen en blijven schrijven.

In het verhaal speelt vriendschap een belangrijke rol. Hebben jullie daarbij geput uit de band die jullie samen hebben?
Joke:
We waren het er snel over eens dat vriendschap centraal zou staan in ons verhaal. En het feit dat ‘Blauw’ is ontstaan vanuit onze vriendschap maakt dat het bijna onvermijdelijk is dat je dan vanuit je eigen vriendschap put. Maar ook vanuit vriendschappen met andere mensen. Het is een heel dankbaar thema om over te schrijven omdat we het beiden ook een onmisbare factor in ons leven vinden.

De grootste rode draad is daarnaast een geheim uit het verleden. Was dat ook jullie uitgangspunt toen jullie aan dit verhaal begonnen?
Barbara:
Eigenlijk wel. Ons eerste idee was om een verhaal over twee koppels te schrijven die zonder dat ze het weten een band hebben met elkaar vanwege iets uit hun verleden. Na enkele glazen wijn begon die verhaallijn echter een andere richting uit te kronkelen en… tja, meer kan ik niet zeggen om geen spoilers weg te geven, maar we hebben er nog het een en ander bij gefantaseerd.

Het eindresultaat hebben jullie met het nodige inlevingsvermogen neergezet. Hoe voelde het toen jullie debuut écht klaar was?
Joke:
We hebben ons inderdaad enorm in het verhaal ingeleefd. Dat was tijdens het schrijven soms al best emotioneel. Uiteindelijk zijn we er zo’n anderhalf jaar mee bezig geweest en maakten Ella, Olivia en de andere personages quasi dagelijks deel uit van ons leven. Voor mij voelde het soms aan alsof ze echt bestonden. Toen het boek dan uiteindelijk ‘klaar’ was, was dat ook best emotioneel. Zo was het bijvoorbeeld erg spannend om de reacties af te wachten. Maar toch waren we stiekem al best trots op het feit dat we het helemaal hadden afgewerkt, samen. Er was ook plots ‘een leegte’ na het schrijven. Die voelde ergens opgelucht, omdat het toch best intens was geweest. Anderzijds was er de onzekerheid ‘is het verhaal wel echt af?’.  Het mooie was dat, omdat we alles samen hadden gedaan, we al die -soms overrompelende- emoties ook konden delen. We begrepen elkaar heel goed, hoewel we er ieder op onze eigen manier mee omgingen. Als ik het gevoel in één woord mag samenvatten dan is dat ‘heerlijk’. Het verhaal is ontstaan vanuit liefde en vriendschap, gaat over liefde en vriendschap, en door het boek rond te laten reizen verspreiden we die liefde en vriendschap. Dat vind ik persoonlijk een zalig gevoel.

Over de onzekerheden en angst gesproken: wat doen de reacties tot nu toe met jullie?
Barbara:
O jee, daar duw je op mijn zwakke plek. Joke en ik zijn daar heel anders in. Zij is op dat vlak terecht heel nuchter en laat zich niet van de wijs brengen door de mening van mensen die ze niet kent, ik heb dat wel. Die eerste dagen na de release kon ik letterlijk niet slapen van de stress, zo bang was ik dat het boek afgeschoten zou worden. Ik weet dat een recensie geen persoonlijke aanval is (of liefdesverklaring, haha), maar toch kan ik het niet loskoppelen. Je stelt je natuurlijk wel erg kwetsbaar op als je een boek schrijft, je stopt er hart en ziel in en als daar op getrapt wordt is dat niet fijn. Wacht even, nu klink ik alsof we veel negatieve reacties kregen en dat is helemaal niet zo, integendeel. Elke nieuwe positieve recensie doet waanzinnig veel deugd, vooral die waarin duidelijk wordt dat de lezer het boek echt begrepen heeft en de personages in zijn of haar hart heeft gesloten. Dat vind ik echt ontroerend. En zoals Joke al zei, het feit dat we ons gevoel daarover met elkaar kunnen delen maakt het eens zo bijzonder.

Ik denk persoonlijk dat niet iedereen beseft dat je, als je een verhaal publiceert, een stuk van jezelf blootgeeft. Waar komt bij jullie die drang om te schrijven vandaan?
Joke:
Het is inderdaad een drang. Of een ‘oprechte goesting’ zoals wij het ook wel noemen. Zoals sommige mensen de drang voelen om te sporten, of muziek te maken, voelden wij een drang die bijna als een behoefte aan voelde om een boek te schrijven. Ik vermoed dat de genen daar voor iets tussen zitten. In mijn familie was die drang er langs moeders kant ook, mijn oma droomde om schrijfster te worden, mijn moeder pent ook vaak, mijn zus (Ineke Vander Aa) heeft een boek gepubliceerd… En als ik me niet vergis was die drang er bij Barbara’s familie ook. We zijn er dus een beetje mee opgegroeid, maar zijn de eerste generatie die er ook effectief iets concreets mee gedaan heeft. Het schrijven op zich voelt ook heel natuurlijk aan, als een bloem die al enkele generaties in haar knop zit, en nu door onze handen ontluikt.

Wat prachtig! Zat lezen er dan ook al vroeg in?
Barbara:
Absoluut. Ik was een echte ’seut’ in de lagere school, altijd met mijn neus in de boeken. Elke zondag gingen we naar de Antwerpse stadsbibliotheek en de vijf boeken die ik mocht uitlenen waren op dag drie al uit. Ik wou ook al van jongs af aan schrijfster worden, dat schreef ik bij ‘beroep’ in de vriendenboekjes. Dierenarts was toen ook een optie, maar dat zal er niet meer van komen denk ik. Ik heb lezen echt van thuis meegekregen, mijn ouders zijn beide fervente lezers, er werd weinig TV gekeken bij ons. Mijn tante werkte in een bibliotheek en als we op vakantie naar Frankrijk gingen bestond een derde van onze bagage dankzij haar uit boeken, ha ha. Dus ja, het zat er al vroeg in bij mij.

Welk boek heeft jullie als kind echt gegrepen?
Joke:
Als jong kind beperkte het lezen zich vooral tot strips, vrees ik. Ik was eerder een buitenkind dat in het bos kampen bouwde of ik speelde binnen samen met mijn zus met onze poppen. Pas in de adolescentie begon ik boeken te verslinden. Zo herinner ik me een verplicht boek op school ‘Christiane F’. Dat boek had me aangegrepen omwille van het verhaal, maar het maakte ook de leesmicrobe in me los. Ik las graag thrillers, sleurde de dikke boeken van bijvoorbeeld John Grisham overal met me mee zodat ik elk vrij momentje kon lezen.

Hebben de verhalen die jullie gelezen hebben ook inspiratie opgeleverd voor Blauw?
Barbara:
In mijn geval zeker niet. Als kind las ik de boeken van Roald Dahl, Jan Terlouw en Thea Beckman. Mijn favoriete jeugdboek aller tijden is ‘Het geheime dagboek van Adriaan Mole, 13 en 3/4’ van Sue Grafton, daar heb ik echt tranen mee gelachen. Later werden dat net als bij Joke ook thrillers, zeker toen ik de Engelse pockets in mijn ouders hun boekenkast ontdekte. Ik ben een Nicci French fan en dat is ook een schrijversduo, maar verder gaat de vergelijking met Blauw helemaal niet op. Zelf vind ik het trouwens erg moeilijk om Blauw met een ander boek te vergelijken, of met een auteur. Daar ben ik wel erg benieuwd naar, hoe andere mensen dat zien.

Persoonlijk vind ik het een onderscheidende roman en niet te vergelijken. Ik heb de boeken in mijn kasten op genre en subgenre staan en bij mij staan jullie tussen Lucinda Riley, Sarah Jio en Nicholas Sparks. Ik wist het anders ook niet, haha. 
Zouden jullie ooit nog een thriller willen schrijven?
Barbara:
Dank je, wat een mooie plek voor Blauw! En wat grappig dat jij het ook moeilijk vond het boek in een hokje te stoppen, ik vraag me echt af waar dat aan ligt.
Om op je vraag te antwoorden: Ja, ik wil heel graag een thriller schrijven, ik ben er zelfs aan eentje bezig nu. Een heel ander genre en een grote uitdaging, maar leuk om te doen.

Barbara, kan je er al meer over vertellen of houd je het nog even geheim?
Barbara:
Wel, de uitgeverij weet zelf nog niet waarover het gaat dus ik hou het nog even stil. 😉

Spannend! Joke, ben jij ook bezig met schrijven?
Joke:
De goesting is er, het verhaal ook, de personages zijn voor mij intussen al even levendig als de personages uit ‘Blauw’. Nu de tijd nog vinden om het af te werken… niet evident in combinatie met een gezin, een sociaal leven, een huishouden, een hond, en een leuke maar drukke job…
Of ik een thriller zou schrijven? Dat genre is voor mij niet weggelegd, denk ik. Ik lees het wel af en toe (denk Nicci French), maar voor mij wordt het al gauw te grauw of te spannend, en ik lees voornamelijk ter ontspanning. In mijn fantasie gebeuren er ook zelden griezelige dingen dus ik zou me moeten forceren. Ik zou het niet fijn vinden om me te moeten inleven in pakweg een seriemoordenaar of op Google me moeten informeren over technische aspecten van moorden of sterven. Alleen al deze zin typen vind ik griezelig ;-). Dus ik denk dat romans meer bij me passen.

Dan lekker bij romans houden ;-). Gaan jullie ook samen nog schrijven?
Barbara:
Er zijn nog geen concrete plannen. Ik woon trouwens zelf ondertussen in Portugal, wat het samen schrijven iets moeilijker maakt. De goesting is er anders echt wel! Ik mis het samen brainstormen en verhaallijnen bedenken. Alleen schrijven is toch wel iets anders hoor. Dus wie weet… Eind deze maand zien we elkaar even in België en ongetwijfeld zullen we het daar dan ook over hebben.

Dat brengt mij ook meteen tot mijn volgende vraag. We hadden het eerder al over onzekerheid. Is het in je eentje schrijven ‘enger’ omdat je dan op jezelf aangewezen bent?
Joke:
Absoluut. Ik ben een twijfelaar en een chaoot. Dat vertraagt het proces en maakt dat mijn structuur soms vastloopt. Op dat vlak mis ik mijn schrijversmaatje, maar ook het kunnen delen van alle verschillende etappes mis ik. Eén van de leukste dingen aan samen schrijven was het samen bedenken van de verhaallijnen. Langs de andere kant is het net fijn om mijn eigen schrijfstijl te ontdekken en ontwikkelen.

Dat lijkt mij zeker dubbel. In eerste instantie hebben jullie Blauw in eigen beheer uitgegeven, maar het werd al snel ontdekt door Hamley Books. Hoe is dat proces gegaan?
Barbara:
Sandra van Hamley Books contacteerde ons inderdaad kort na de lancering en we waren daardoor helemaal overdonderd. Natuurlijk hadden we oorspronkelijk wel overwogen om het manuscript naar een uitgeverij te sturen, maar uiteindelijk zagen we daar toch vanaf omdat we het project echt helemaal zelf tot een goed einde wilden brengen. Voor ons was het echt een persoonlijk project, snap je, we wilden daar geen derde partij in betrekken. Toegegeven, enige angst voor afwijzing speelde ook een rol. Na een goed gesprek met Sandra en met elkaar besloten we samen om onze boekbaby uit handen te geven. We konden de kans niet laten liggen om enerzijds zelf heel wat bij te leren en anderzijds Blauw aan een groter publiek aan te bieden. Het boek werd opnieuw geredigeerd en kreeg een gloednieuwe cover, ook het binnenwerk werd aangepakt. Op dit moment kan je Blauw in de betere boekhandel vinden en weldra ook in de bibliotheken, dat hadden we zelf nooit klaar kunnen spelen en we zijn Hamley Books daarvoor erg dankbaar.

Wat is het meest bijzondere dat jullie tot nu toe hebben meegemaakt?
Joke:
Er zijn al heel wat bijzondere momenten geweest, zoals de eerste keer ons eigen boek in de Standaard Boekhandel zien liggen tussen auteurs waar ik naar opkijk. Telkens als er een mooie recensie verschijnt blijft dat ook bijzonder. Maar het meest bijzondere vond ik zelf onze boekvoorstelling. Het was een ontzettend spannende avond, maar de opkomst van vrienden en familie was hartverwarmend.

Veel auteurs vinden het moeilijk om in de belangstelling te staan. Ze zitten veel liever te schrijven achter hun bureau. Hebben jullie dat ook?
Barbara:
Wel, daar verschillen Joke en ik in (Joke, correct me if I’m wrong). Ik kan er echt van genieten om op een podium te staan, vroeger deed ik elk jaar mee met het schooltoneel en als er ergens een ‘playbackshow’ was dan was ik erbij. Pas op, ik vind het altijd eng hoor, plankenkoorts hoort er absoluut bij, maar het is zo fijn om echte interactie te voelen met een publiek dat ik dat er voor over heb. Ik denk ook dat als je je niet anders voordoet dan je bent en je je kwetsbaarheid toont, er niet veel verkeerd kan gaan.
Joke: Van nature ben ik eerder een introvert persoon. Ik voel me er dan ook inderdaad ongemakkelijk bij wanneer ik fysiek in de belangstelling kom te staan.

Wat is jullie hoop voor de toekomst?
Joke:
Wat ‘Blauw’ betreft: ik ben zonder enige verwachting of hoop aan het boek begonnen. Dus alles wat er nu gebeurt overstijgt sowieso alle hoop of verwachtingen. Gezien hoe het nu loopt durf ik dan toch te hopen dat we nog veel lezers gezellige momenten kunnen laten beleven met het boek.