Magische verhalen

H@ck: De kolonie

H@ck: De kolonie opent met een quote over waarheid; dat we allemaal een andere zienswijze en perceptie hebben. Deze perfect gekozen quote vormt meteen de leidraad voor dit tweede en afsluitende deel van een werkelijk weergaloos verhaal, al had ik niet anders verwacht van Mirjam Mous.
Holden en Prissy, broer en zus, komen in De kolonie namelijk lijnrecht tegenover elkaar te staan in hun strijd tegen de macht, mede door hun verschillende denkbeelden over de maatschappij waarin zij leven.
Maar laat ik beginnen bij het begin, zonder al te veel spoilers.
H@ck speelt zich af in de toekomst, een wereld die de gevolgen draagt van onze huidige tijd. Na de bange jaren, zoals onze realiteit van nu wordt genoemd, leeft men in perfecte harmonie. Er zijn geen oorlogen, natuurrampen of zelfs maar lijnrecht tegenover elkaar staan. Iedereen is gelijk, vredelievend en meegaand.
De leiders van dit alles willen maar één ding: een harmonieuze samenleving, en doen er alles aan om dat voor elkaar te krijgen.
Holden en Prissy houden zich hier prima aan, tot Holden naar een instituut voor criminelen en wangedragers wordt gestuurd. Na zijn ontdekking van een schuilkelder uit onze tijd heeft hij aldaar gevonden vuurwerk afgestoken, wat natuurlijk niet mag (overlast voor het milieu en er kunnen gewonden vallen). Prissy komt op haar beurt in contact met twee hackers om haar broer te redden of toch maar meteen de complete samenleving…?
Na de spannende (of epische, zoals Holden het zou noemen) rollercoaster waarin broer en zus in deel 1 beland waren, gaat deel 2 nog veel verder, waardoor een pageturner van formaat is ontstaan! Vooral omdat je als lezer ook geen idee hebt wie nou eigenlijk gelijk heeft, Holden of Prissy. Of ligt de waarheid toch net een tikkeltje anders? Stoppen met lezen is dan ook geen optie, tot je eindelijk het verlossende antwoord op deze prangende vraag krijgt.

Wat de binding met deze twee verhalen groot maakt, is dat het zéér realistisch overkomt. Het zou mij in ieder geval geenszins verbazen als deze boeken een kijkje geven in onze toekomst. Uiteraard is de technologie verder dan ooit en zijn al onze huidige problemen als sneeuw voor de zon verdwenen, waardoor een utopie is ontstaan. Maar we kennen allemaal het gezegde: te mooi om waar te zijn, en dat is dan ook flink aan de orde in de door Mous geschetste wereld.
Haar gave is, naast het neerzetten van een levensechte realiteit, om haar personages zo goed te omschrijven, zonder echt in detail te treden, dat er unieke personen ontstaan.
Holden steelt per direct je hart met zijn uitspraken, handelingen en gedachten, terwijl Prissy je voor zich weet te winnen door haar dapperheid, gemengd met lichte onzekerheden, wat haar zowel een stoere meid als innemend tegelijk maakt.
Ook de andere personages hebben ieder een eigen rol te vervullen, vullen aan en weten op bepaalde momenten op eigen wijze de show te stelen.
De combinatie van (spannende en epische) gebeurtenissen, geweldige personages én een verhaal dat aanzet tot nadenken en vooral doorlezen, maakt Het instituut en De kolonie tot toppers in dit genre.

De kolonie is een waardige afsluiter waarin alle vragen worden beantwoord, maar natuurlijk niet voordat je eerst nog even een wilde rit voor de boeg hebt.
Plotwendingen bijvoorbeeld. Bereid je maar voor op zo nu en dan een flinke ‘dit zag ik niet aankomen!’ factor. Want oh, wat word je af en toe verrast, wat het verhaal natuurlijk extra gaaf maakt. En uitermate boeiend.
Wat mij betreft is Mous er beslist in geslaagd om je mee te sleuren naar een wereld die geen enkele young adult liefhebber mag overslaan. Een wereld die zijn klauwen naar je uitslaat en geen moment zijn grip op je verliest.
Al met al heb ik meer dan genoten van deze bijzondere reis, vooral omdat het nog lang niet afgelopen is nadat je de laatste letter gelezen hebt, omdat de opgeworpen vraagstukken over technologie en onze toekomst interessant zijn. Ik bekijk mijn gadgets nu toch ietwat argwanend, want stel je voor… Bedankt, Mirjam 😉.

Magische verhalen

Verslavend lekker!

Altijd al gedroomd van Gossip Girl in een toekomstige setting, met een laagje sciencefiction, rijk versus arm en natuurlijk de nodige schandalen? Plus een smeuïge moord of toch zelfmoord? Dan heb ik dé trilogie voor je die je beslist moet lezen!
In Duizend hoog, Duizelingwekkende hoogte en Torenhoog neemt Katharine McGee je namelijk mee naar het New York van 2119, en dan met name de Upper East Side.
In deze toekomst wordt het eiland gedomineerd door een kilometers hoge toren. Hoe hoger je woont, hoe rijker je bent, en dus meer aanzien en macht geniet. De personages uit dit verhaal wonen allemaal op een andere verdieping, maar toch raken hun levens met elkaar verweven. Het hoe en waarom blijft tot het einde van deel één een grote vraag, maar in de proloog valt al te lezen dat één van hen van de toren valt, haar dood tegemoet. Toch raakt dit gegeven tijdens het lezen naar de achtergrond, omdat het eerst smullen geblazen is van de nodige geheimen waar de personages mee leven.

De trilogie is meer dan interessant door een combinatie van factoren. Natuurlijk spelen de schandalen en geheimen een grote rol, evenals de rijkdom versus lagere wijken. Dat is overigens zo subliem omschreven – en echt Amerikaans – dat ik gewoonweg medelijden kreeg met de mensen die lager in de toren gehuisvest zijn. Tot ik besefte dat ik zelf ook dáár zou wonen. De auteur weet het dus voor elkaar te boksen dat je je volledig in deze wereld inleeft en bijna net zo bizar gaat denken over macht, status en geld. Vooral omdat de personages die lager wonen op een bepaalde manier worden neergezet, al is je in hen inleven een stuk makkelijker.
Daarnaast speelt een snufje sciencefiction een rol. De technologie heeft een razendsnelle ontwikkeling doorgemaakt en de jonge mensen maken hier dankbaar gebruik van. Bijvoorbeeld contactlenzen waarmee je constant in verbinding staat met elkaar en met een hoofdknik de social media van anderen kan bekijken. Maar ook hovercrafts, zwevende dienbladen en robots komen aan bod, vooral in de rijkere lagen. En natuurlijk de uitvinding van de eeuw: kies je make-up en kapsel en een apparaat brengt het voor je aan. Ideaal!

De trilogie is geschreven vanuit meerdere perspectieven, rijk en arm, mannelijk en vrouwelijk. Wat bijzonder is, is dat je eerst immens veel sympathie voor bepaalde personages op kan brengen en een paar hoofdstukken later een bloedje hekel aan ze begint te krijgen. Of juist andersom. Doordat je het verhaal vanuit verschillende oogpunten en zienswijzen voor je kiezen krijgt, wisselt je emotie dan ook flink. Dat betekent tevens dat de personages zo goed zijn neergezet, dat het geheel psychologisch uitmuntend uitgewerkt is.

Maar weer even terug naar de geheimen, manipulatie en daarmee gepaard gaande gevoelens: de trilogie wordt uiteindelijk gekenmerkt door de wisselwerking die mensen op elkaar hebben en hoe onze omgeving daarop van invloed is. Het geheel leest dan ook als een trein, omdat elk hoofdstuk met een minuscule cliffhanger eindigt, en waar het volgende personage het verhaal weer moeiteloos oppakt. Hierdoor is de spanningsboog hoog en raak je zo geïntrigeerd dat je zonder pardon meegesleept wordt in de drama’s van Manhattan. En natuurlijk loopt alles steeds meer uit de hand, waardoor de nodige slachtoffers vallen. Nietsontziend, rauw en meeslepend, met hier en daar wat empathie en menselijkheid, weten de personages je in hun wereld te slepen.
Al met al is deze trilogie dan ook verslavend lekker!

Magische verhalen

Valtada: een wereld met bezieling

Onlangs is Valtada 3: Sporen van het vergetene verschenen. Een prima excuus om meteen de eerste twee delen ook aan te schaffen en dat heb ik geweten! Er zijn van die boeken die je openslaat en die je per direct weten mee te slepen. De Valtada reeks van Garvin Pouw mag absoluut niet in dit rijtje ontbreken.
Deze auteur van eigen bodem heeft beslist een wereld gecreëerd die voor je geestesoog tot leven komt. Tot in detail, maar geen moment té, weet hij alles zo te beschrijven dat het aan gaat voelen als levensecht, ondanks het fantasy element. Het is een bijzondere wereld waar je echt zou willen zijn, ook al zijn er duistere kanten, maar gelukkig is dat al lezend geen enkel probleem. Sterker nog, je zintuigen staan op scherp, de realiteit vervaagt en zodra je het boek pakt ben je daar. Het is met recht een talent van Pouw, want ik ken genoeg verhalen waarbij dit gebeurt, maar deze reeks heeft net even dat tikje meer. Het is een gave, zonder meer, en je voelt de bezieling van de auteur. Valtada is veel meer dan een wereld die is ontsproten uit de fantasie van de auteur, het is bijna tastbaar, zo levensecht.

Over de verhalen zelf kan ik kort zijn: ik ga geen samenvatting geven, dit zijn boeken die je echt zelf mag ervaren en waar je je eigen invulling aan mag geven. Maar als ik dan toch iets moet zeggen: het is een fantasy die zoveel facetten omvat, dat het niet te vergelijken is met andere verhalen. Naast de wereld zelf heeft de auteur namelijk ook nog eens de gave om veelzijdige, boeiende en bijzonder treffende personages neer te zetten. Er zijn een aantal die je zo weten te raken, dat je ze in je hart sluit om nooit meer los te laten. De karakters van de personages zijn geloofwaardig en doordacht. Ze maken de nodige ontwikkeling door en zijn tevens zeer menselijk. Van eigenwijs tot onberekenbaar, en van dapper tot angstig; je kan het zo gek niet verzinnen of de personages hebben deze eigenschappen. Wat het ook extra kracht geeft is dat de personages allemaal hun eigen beweegredenen hebben, maar wat het bindt is dezelfde mysterieuze kracht.
Deze aanvulling op de gecreëerde wereld maakt dat de Valtada reeks met kop en schouders boven een aantal andere fantasy reeksen uit weet te steken.

En dan de kers op de taart: de verhalen zelf. Ik raad ten zeerste aan om te beginnen op een dag dat er geen verplichtingen roepen. Installeer je op je favoriete leesplek, zet je telefoon op stil en laat je onderdompelen in dit weergaloze avontuur vol actie, humor, mystieke wezens (elfjes!), magiërs en mysterie.
In ieder deel komen andere personages en questes aan bod, waardoor de geschetste wereld steeds een stukje omvangrijker wordt. Je leert alles en iedereen steeds beter kennen, en gaat weer op een nieuw avontuur in deze magische setting.
Het is eigenlijk onmogelijk om afscheid te nemen, na elk boek voelt het als een onvermijdelijk maar gelukkig tijdelijk afscheid. Want Pouw is nog lang niet uitgeschreven en daar kunnen de lezers alleen maar dankbaar voor zijn! Het schrijven zit bij hem niet alleen in zijn bloed, het omvat zijn hele zijn. Dat hij dat zo intens op de lezer over weet te brengen, schept een verbondenheid die je als lezer volledig in zijn ban krijgt.

Kortom: ben je op zoek naar écht goede en meeslepende fantasy, doorspekt met menselijkheid en realistische, geloofwaardige personages, dan zijn dit absoluut jouw boeken voor 2020!

Bijzondere gesprekken

In gesprek met Garvin Pouw

Garvin Pouw is een Nederlandse auteur die debuteerde met Schaduwkoningin, een prachtige fantasy die de lezers meteen in hun hart sloten. Dat dit genre hem bijzonder goed ligt, bewees hij daarnaast met de Valtada-reeks. Onlangs is deel drie uitgekomen en naar aanleiding van dit heugelijke feit, besloot ik in gesprek te gaan met Garvin.
Het werd een openhartig gesprek dat mij nog lang bij zal blijven. Garvin is namelijk niet zomaar een auteur, Valtada is zoveel meer dan een verzonnen verhaal. Sterker nog, voor Garvin was deze wereld zijn redding en toevluchtsoord.
Dat is beslist merkbaar tijdens het lezen. Zelden heb ik een verhaal gelezen waarbij de geschapen wereld zo tot leven komt en die zo weergaloos is omschreven, dat je als lezer alleen maar diep respect kan hebben voor het talent dat deze auteur gegeven is.
Na onderstaand gesprek, over het ontstaan, schrijven en Garvin zelf, is dat gevoel alleen nog maar meer gegroeid.

Je hebt met de Valtada-reeks een prachtige en ook duistere wereld geschept die het hart van menig fantasyliefhebber sneller doet kloppen. Hoe is deze wereld ontstaan?

Dat is een tweeledig verhaal. Van jongs af aan was ik druk met striptekenen en rond mijn 17e (1995) raakte ik (door Tolkien) geïnspireerd om een fantasywereld te creëren. Ik tekende drie stripalbums die op Valtada speelden, maar verhalen drongen zich op en tekenen ging niet snel genoeg. Daarom besloot ik een prequel serie op mijn strip in boekvorm te schrijven. Dat verhaal was de geboorte van Valtada 1 en 2 en de aanzet tot een enorme wereld om in te spelen. 
Tegelijkertijd lag ik in die tijd ontzettend met mijzelf in de knoop. Ik was eenzaam, zoekend en sociaal onhandig. Als een waar romanticus zocht ik een vluchtweg uit de werkelijke wereld en Valtada leende zich daar voor. Het werd al gauw een obsessie. Ik tekende in Valtada, schreef verhalen over valtada en dagdroomde mezelf op die wereld, waar en wanneer dat maar kon. Onvrede met mijzelf en de werkelijke wereld sijpelden de verhalen in en voorzagen ze van een meer somber tintje her en der, maar tegelijkertijd zocht ik er graag het zoetsappige en romantische op, wat ik voor mijzelf niet in de werkelijkheid kon uiten. Fantasy als vluchtweg dus.

Wat bijzonder en dat is vast de reden dat het zo levensecht aan doet. Heeft het schrijven je ook bepaalde inzichten gegeven over jezelf en je leven?
Schrijven heeft zich voor mij ontwikkeld tot de ideale uitlaatklep. Door je dagelijks te mogen verplaatsen in verschillende karakters, ieder met hun eigen invalshoeken en eigenaardigheden, kan ik heel veel van mezelf laten zien, naar buiten laten. Het negatieve doemdenken van een Yivenna, de interesses van Shutai, ja, zelfs de zoetsappigheid van een elfje als Nikara; alles komt ergens bij mij vandaan. Wanneer ik lang niet schrijf, dan raak ik in mezelf opgesloten en wreekt dat zich op een minder wenselijke manier. Voor mij is schrijven broodnodige zelfexpressie.

Is dat ook de reden dat je je zo goed in hebt kunnen leven in je personages of weten zij jou nog wel eens te verrassen? 
Een absoluut voordeel voor lang meegaande personages is dat je ze zo door en door leert kennen en dat je prima kunt inschatten hoe ze reageren op situaties. Dat werkt heel organisch, maar kan inderdaad net zozeer verrassen. Vooral wanneer je personages in dialoog brengt met elkaar kan er nog wel eens een heel andere conclusie uit voortkomen dan wat je voor het verhaal voor ogen had. Dat zijn stiekem de leukste momenten. Wanneer je als organisch schrijver door trouw te blijven aan je personages in de problemen raakt. Dan ligt daar een uitdaging om het zo passend mogelijk op te lossen. Gek genoeg zijn dat ook de momenten waarop je personages groei vertonen.

Was dat ook meteen de grootste uitdaging tijdens het totstandkomen van deze reeks?
Dat mag je wel zeggen. Ik ben de kronieken van Azeria (6 delen waar de helft nu van uit is en de andere helft onderweg) begonnen op heel organische wijze. Het plan was heel mager, maar de karakters hebben daar zelf vlees op gezet, plotlijnen vloeien dan voort uit vooral hun interactie en handelen. Een aantal hoofdpersonages werden bijvoorbeeld geïntroduceerd als bij-personages, maar drongen door hun eigenzinnigheid het verhaal binnen. Op die manier schrijven is ergens heel riskant, maar op bijna magische wijze pakt het bij mij altijd geloofwaardig uit. (In elk geval naar mijn smaak). En zo is het voor de schrijver net zo’n avontuur als voor de lezer.

Over magische wijze gesproken: met welke reden, naast geïnspireerd worden door Tolkien, koos jij voor fantasy?
Hmm, daar moet ik een beetje filosofisch op antwoorden. Tot aan mijn 18e was ik juist erg van de SF. Star Trek, robotica, etc… Ik benaderde dingen graag wetenschappelijk en was eerder een atheïst dan iemand die in God of goden zou geloven. Echter, terwijl ik de wereld zo logisch gericht benaderde, ondervond ik dat die zonder zingeving vooral kaal en saai was. Ik werd er depressief van de wereld te aanvaarden zo ogenschijnlijk leeg als hij was. Fantasy, met een flair voor goden en magie in plaats van het pragmatische, rekenkundige van de wetenschap, maakte mij vrolijk. Het richt zich op dromen en mogelijkheden in plaats van de begrenzing van realisme. In fantasy is je enige grens het bereik van je fantasie. In mijn geval bood dat grenzeloze mogelijkheden! Daarnaast ontwikkelde ik door mijn kentering tegen de moderne menselijke wereld een passie voor de natuur en een – wellicht misplaatst – nostalgisch verlangen naar primitiever tijden. Beide vormen het min of meer traditionele decor voor het fantasygenre. Ik ben daar dus prima op mijn plaats.

Ben je daardoor ook anders gaan denken?
Absoluut. De Garvin van vandaag de dag is niet te vergelijken met de Garvin van voor het schrijven. Bezig zijn met de creatie van een geheel eigen wereld geeft je inzichten en verantwoordelijkheden, die je mijns inziens alleen maar kunnen verrijken. Werken aan mijn eigen wereld voelt aan als een experiment. Een kans om de bedenker van de werkelijke wereld eens te laten zien hoe het ook kan! Haha, ja, ik heb er een God-complex aan over gehouden. Maar per saldo? Door te schrijven over anderen heb ik zelf leren te leven.

Wat een prachtige laatste zin! Hoe voelt het voor jou om deze toch wel innerlijke wereld te delen met de buitenwereld?
Hah! Dat gaat met ups and downs. In eerste instantie ben ik gaan publiceren om naar mezelf te bewijzen dat hetgeen dat ik mijn levenswerk gemaakt heb, serieus wat kwaliteit heeft. Ik wilde na 20 jaar schrijven mezelf een schrijver mogen noemen. Dat punt ben ik inmiddels wel voorbij. Enerzijds vind ik het heerlijk om allerlei mensen mee te laten genieten met dat wat zo lang voor mij privé was. Anderzijds komt er dan natuurlijk de nodige kritiek over je heen, dat werkt soms verlammend of demotiverend. Schrijven en publiceren zijn toch wel twee werelden apart. Zelfs nu ik uitgegeven word, heb ik het idee dat nog steeds in een wereld naast deze te doen. Dat naast de wereld hangen typeert mij. Eerst was ik een met de hand tekenende tekenaar in een wereld die in de ban van computertekenen viel. Nu ben ik een publicerend auteur in een wereld waar het boek een product op zijn retour is en in een land waar het door mij gekozen genre slechts door een kleine minderheid wordt omhelst. Commercieel (en laten we eerlijk zijn, dat is de enige ideologie die deze wereld nog erkent) is dat natuurlijk weinig slim. Dan zet je je klaar voor een teleurstelling, maar wanneer je toch lezers aan je bindt, mensen die zitten te springen om het volgende deel? Dan geeft dat een kick. Genoeg kick om lekker door te gaan.

Van de liefhebbers van fantasy hoor ik vooral positieve geluiden. Zodra ik vertelde dat ik je boeken aan het lezen was, kwamen er enthousiaste reacties. Vooral dat je onderscheidend bent en een hoog niveau hebt. Wat doet deze erkenning met jou?
In eerste instantie blozen. Maar ja, het geeft een kick. Voor ik publiceerde had ik er geen idee van of wat ik deed een kwaliteit vertegenwoordigde. Ik was niet bekend in het boekenwereldje, wist niet met wie ik me zou kunnen vergelijken, etc. Ik deed het vooral voor mijzelf. Toch zie je dan een hoofdmoot aan positieve recensies, je verkopen stijgen, nominaties en dergelijken, dan kruipt er wel een rilling langs je ruggengraat. Dan voel je je echt wel trots.

Welk moment in het gehele proces is het meest dierbaar voor jou gebleken?
De dag dat ik van mijn uitgever een monstercontract kreeg voor Valtada 3, 4, 5 en 6. Daar sprak zoveel vertrouwen van de uitgever uit. Het betekende dat Valtada 1 en 2  genoeg gewaardeerd werden om de serie groen licht te geven en dat ik niet een eendagsvlieg zou blijven met Schaduwkoningin. Die dag heb ik echt wel een glaasje geheven.

Wat mij ook opvalt zijn de mooie covers. Heb jij die zelf ontworpen?
Ja, de ontwerpen lever ik zelf aan, evenals de fotografie (met uitzondering van Schimmenstorm). Ik wil graag dat een cover een scène neerzet die overeenkomt met de inhoud van het boek. Ik lever de beoogde cover als een illustratie, fotografeer de modellen in de gewenste pose en outfit. En dan is het aan de vormgever, meestal Jen Minkman, om met het wonder van photoshop mijn idee fotorealistisch te maken. Voor de novelle Shivane heb ik zelf de draak getekend. Ik kende geen draken die model wilden staan, vandaar.

Die schijnen ook niet zo fotogeniek te zijn. Maar wat leuk dat je het zo doet, dat maakt je boeken nog meer eigen. Wat zou jij het liefst als schrijver willen bereiken?
Iedereen heeft dromen. Sommige targets zijn realistisch, andere grenzend aan onmogelijk. Ik zou heel graag fulltime met mijn schrijfwerk bezig zijn, maar dat is maar voor een heel kleine groep weggelegd. Mijn huidige ambitie is een 10 boeken in 5 jaren plan. Daarvoor lig ik prima op schema. Ik hoop over twee jaar een trilogie en de eerste zes delen van Valtada onder de aandacht van het publiek te krijgen. Daarnaast wens ik op termijn een internationale doorbraak te maken, maar hé, wie niet? 

Je weet maar nooit! Zou je ooit nog een ander genre willen schrijven?
Nee, mijn ambitie is niet het uitblinken in schrijfwerk, maar het vormgeven van Valtada. Daarbij vind ik het leuke van zo’n fantasywereld dat je er tal van genres in kan gebruiken. Ik kan een horrorverhaal op Valtada schrijven, een comedy, een avontuur, een psychologische thriller, zelfs een feelgood of een boeketreeks romannetje. Binnen een fantasywereld als de mijne kan en doe ik het stiekem al allemaal.

Hoe werk jij? Heb je een vaste plek en/of rituelen?
Vroeger had ik de eigenaardigheid om met de hand te schrijven en dan het liefst ergens tegen een boom in de natuur. Tegenwoordig schrijf ik op zolder/slaapkamer, meestal zittend op bed met de laptop op een ontbijttafeltje. Afhankelijk van het stuk dat ik schrijf, probeer ik daar dan sfeer of ambiance muziek bij te zoeken op YouTube.

Heb je een voorbeeld van muziek die je gebruikt?
Ik luister graag naar tracks van Mike Oldfield en filmmuziek van fantasyfilms uit de jaren tachtig. Mede dankzij de vele fantasygames van tegenwoordig is er veel sfeervolle muziek behorend aan computerspellen, te denken aan Skyrim, etc… Wanneer ik schrijf moet het wel instrumentaal zijn. Lyrics leiden af.

Over gamen en films gesproken: Valtada leent zich perfect voor een spel, serie of film. Of wil jij het echt bij het geschreven woord houden?
Haha, doe maar een bod! Nee serieus, ik zie mijzelf als een verzinner van verhalen en het opschrijven in boekvorm is voor mij de meest efficiënte methode gebleken om wat in mijn hoofd is ontstaan vast te leggen. Het verfilmd zien worden lijkt me fantastisch, alleen betekent dat waarschijnlijk rechten verkopen en er dan zelf niks meer over te zeggen hebben, dus of ik dat leuk ga vinden? Ik ben een erg beeldend denker en hecht erg aan de beelden die ik zelf heb bij mijn schrijven. Ik denk dat de boeken zich meer lenen voor een serie dan voor een film.

Dat lijkt mij ook lastig omdat iedereen een eigen inzicht en visie heeft bij een verhaal. Heb je wel eens meegemaakt dat een lezer iets totaal anders uit je verhalen haalde dan hoe jij het voor ogen had?
Haha, ik ontmoet nogal kleurrijke mensen. Laatst had iemand een hele theorie over hoe het personage uit Shivane gereïncarneerd was als Aresta. Ik kreeg een dik compliment voor de manier waarop ik dat had opgezet. Ik dacht alleen maar: huh? Ik kreeg er ook geen speld tussen en dacht, laat maar. Meneer geniet van zijn eigen theorieën.

Haha, geweldig! Wel heel leuk dat mensen er hele theorieën op nahouden. 
Is er een personage dat stiekem je eigen favoriet is?
Ik ben erg fan van de dames, vandaar de covers. Aresta is bij mij nummer 1, die heeft iets heerlijk knulligs. Yivenna is een goede tweede, maar vertegenwoordigt weer een heel andere set persoonlijkheidstrekken. En dan zijn er nog wat karakters die in de coulissen staan, daar mag ik nog niet over uitweiden. Met bijvoorbeeld Emerin staat nog heel veel te gebeuren. En dan komt straks die Sneeuwnimf…

Dat klinkt veelbelovend! Dus echt geen tipje van de sluier? 
Valtada gaat door, in een hoog tempo als het aan mij ligt. Het volgende deel ligt alweer bij de redactie, maar ik ontferm me nu eerst even over een einde aan de Schaduwkoningin trilogie. Moet raar lopen wil er rond het eind van het jaar niet weer een nieuw boek komen. Dus er komt nog meer dan genoeg jullie kant op: draken, spoken, Sneeuwnimfen, bregandiërs, schemersterren, de Hèridath… maak je borst maar nat!

Magische verhalen

Mijn jaar na jou

~ Als je zou kunnen sterven van schuldgevoel, dan zou ik dood zijn. Zoals ook eigenlijk de bedoeling was ~

Met Mijn jaar na jou heeft Nina de Pass een absoluut prachtige, indrukwekkende en indringende ya-roman geschreven.
Het verhaal zit met zoveel gevoel in elkaar, dat de woorden gaan leven en weten te raken. Tel daarbij een talentvolle schrijfstijl op, die weet te overtuigen doordat alle personages hun strubbelingen niet mooier maken dan het is. Zij komen niet met (voorspelbare) pasklare oplossingen, maar net als ieder mens overleven en doorleven zij alles met hier en daar een reddingsboei die hen boven water weet te houden.
Mijn jaar na jou is een boek over rouw, schuldgevoelens en geheimen die ons kunnen verteren en daardoor zit het geheel sterk, doordacht en messcherp in elkaar. Het is zo mooi verwoord, zowel handelingen als gedachten, dat je geboeid raakt en het onmogelijk is om het boek weg te leggen.
De auteur neemt je namelijk mee op de innerlijke reis van hoofdpersonage Cara, een jonge meid, die door een afschuwelijke gebeurtenis zichzelf en haar leven opnieuw uit moet vinden.

Het is oudejaarsavond als Cara en haar beste vriendin Georgina naar een stiekem feest gaan. De verwachtingen en spanningen zijn hoog, dit zou wel eens hét feest kunnen zijn waardoor hun levens voorgoed veranderen. Dat gebeurt ook, maar niet zoals zij voor ogen hadden. Door een fataal auto-ongeluk sterft Georgina.
Cara gaat kapot van schuldgevoelens, ze vindt dat zij die nacht nooit had mogen overleven. Niemand kan haar meer bereiken en ten einde raad stuurt haar moeder haar naar een school in Europa. Daar ontmoet Cara de mysterieuze Hector, een jongen die langzaam maar zeker door haar façade heen weet te prikken.
Maar dat is niet wat Cara wil, niet wat zij denkt te verdienen. Ze leeft namelijk met een allesverterend geheim en het laatste wat zij wil is een tweede kans.

De spanning wordt dermate goed opgebouwd, dat niet doorlezen simpelweg geen optie is. Langzaam maar zeker ontvouwt zich de waarheid wat er die avond echt gebeurd is, als lezer krijg je steeds kleine brokjes informatie.
Niet alleen dat is nieuwsgierigmakend (je zit soms letterlijk op het puntje van je leesstoel), ook het heden is fascinerend.
Cara is angstig, kwetsbaar, maar toch ook sterker dan ze denkt. Dat maakt haar niet alleen menselijk, maar ook een sympathiek personage die het nodige weet los te maken bij de lezer.
Toch draait het verhaal niet alleen om haar. Het gaat ook om interactie met je omgeving; in het geval van Cara zijn dat haar kamergenote, Hector en een vriend van hen. Zij spelen een grote rol in het verhaal, vullen perfect aan en weten de lezer voor zich te winnen.
De dynamiek tussen deze vier jongeren is roerig, ontwapenend en bevat wellicht onbewust boodschappen over het leven en onze omgeving, maar geenszins op belerende wijze. Het is juist hun omgang die kracht geeft aan het geheel, en aan elkaar.

Dit debuut is met recht een enorme binnenkomer. In je (lezers)hart, maar ook in je boekenkast. Want dit verhaal is zoveel meer dan een gewoon verhaal. Het is met liefde geschreven, en met zoveel inlevingsvermogen, maar toch vlot, mysterieus en spannend. Wat mij betreft dan ook beslist een ya die nu al tot de absolute top behoort.

Magische verhalen

Even goede vrienden

Ze zeggen wel dat karma een bitch is, maar vergeleken bij een bedrogen vrouw is zij een lieftallig engeltje. Dat bewijst Amy wel met haar sweet revenge in Even goede vrienden. Geen slachtofferrol, geen wanhopige smeekbedes, nee, niets van dat alles. Amy lost het briljant op als ze erachter komt dat haar verloofde en beste vriendin een affaire hebben. Ze blijft namelijk en doet alsof haar neus bloedt, speelt haar rol als aanstaande bruid met verve, maar ze trekt achter de schermen natuurlijk wel haar eigen plan.
Een bijzonder leuk uitgangspunt waarmee een verslavend verhaal is ontstaan.
Maar niet alleen Amy is meedogenloos. De humor van Jane Fallon vloert je met regelmaat, want dat is met recht de unieke kracht achter dit verhaal. Al is er natuurlijk veel meer.

Het verhaal dus. Amy is een actrice. Na rollen als ‘vrouw in pub’ en ‘vrouw in park’ heeft ze zowaar een rol te pakken waarvan het personage een naam heeft én zit ze in meerdere afleveringen. Tot ze uit de serie geschreven wordt, en dan nog wel omdat de actieve seriemoordenaar haar te pakken krijgt. Amy kan haar leventje in New York dan ook vaarwel zeggen en weer terug naar Londen, naar haar verloofde en beste vriendin. Ze besluit ze te verrassen, maar komt zelf voor een grote verrassing te staan: de twee mensen die ze het meest vertrouwt hebben haar duidelijk niet zo gemist als zij hen.
In eerste instantie stort haar leven in. Geen werk, geen huis; het is kortom een zooitje.
Maar ze weet zich te herpakken, op sublieme wijze, en plant haar zoete wraak.

Zoals gezegd is de humor in dit verhaal werkelijk genieten. Sarcasme, ironie en befaamde droge opmerkingen vliegen je om de oren. En toch bevat Even goede vrienden ook diepgang en een psychologisch tintje. Niet alleen in de vorm van het psychologische spelletje dat Amy speelt, maar ook in de ontwikkeling die zij gaandeweg doormaakt. Het ontwikkelt zich zo, dat je Amy als beste vriendin gaat zien. Met haar spontaniteit, vindingrijkheid en onzekerheden, is zij een personage waar je zonder meer herkenning in vindt, maar ook iemand waar je intens mee meeleeft. Haar manier om met de situatie om te gaan, is bewonderenswaardig juist omdat ze haar kwetsbaarheden niet onder stoelen of banken schuift, maar tevens omdat zij niet instort en alles en iedereen de schuld geeft. Sterker nog: ze probeert, ondanks de vele (vaak rond hilarische) tegenslagen, het beste van haar leven te maken.

Wat het verhaal extra leuk maakt, is dat je op een gegeven moment ook vanuit het perspectief van Mel – de voormalig beste vriendin dus – te lezen krijgt hoe zij alles beleeft. Dit geeft het verhaal net dat beetje extra en zorgt ervoor dat alle kanten goed belicht worden. Geen eenzijdig verhaal dus vanuit één beleving, maar juist een ronde cirkel waarin alle personages hun rol perfect vertolken. Want werkelijk iedereen voegt wat toe en maakt het geheel af.
Naast dit alles zijn er de nodige terugblikken naar het verleden – ze kennen elkaar al sinds hun vroege jeugd – waardoor duidelijk wordt hoe deze destructieve vriendschap zich heeft geëvolueerd, waar bepaalde beweegredenen vandaan komen en het is meteen een goede karakterschets, waardoor verleden en heden een heerlijke aanvulling op elkaar vormen.

Jane is wat mij betreft zeer geslaagd in haar opzet en kan toegevoegd worden aan het rijtje met favoriete auteurs. No nonsense, heerlijk wegdromen, hardop lachen tijdens het lezen en hier en daar een plotwending die je beslist niet aan ziet komen. Alle ingrediënten zijn aanwezig voor een boek dat zijn weerga niet kent en waarvan je hoopt dat er nooit een einde aan komt. Want in deze geschetste wereld wil je eindeloos vertoeven en het is dan ook geen wonder dat je het boek elke vrije seconde snel weer oppakt om verder te gaan. Kortom: verslavend lekker!

Magische verhalen

De bekentenis

De bekentenis staat nu al in mijn top vijf van best gelezen boeken in 2020 tot nu toe. Vanaf de eerste zin was ik acuut fan. Niet alleen een fenomenale schrijfstijl, maar ook een prachtig verhaal over een geheim weet het lezershart meteen sneller te doen kloppen.
Er zijn al duizenden boeken over geheimen en met een reden: ze worden verslonden omdat geheimen menselijk zijn en auteurs er met hun fantasie vaak de beste verhalen omheen weten te bouwen. De vindingrijkheid van Jessie Burton valt echter meteen op. In dit boek neemt zij de lezer namelijk niet alleen mee op een zoektocht naar de waarheid, ze weet daarnaast de tegenstelling in mensen zo vernuftig te omschrijven dat er een verhaal ontstaan is waar je alleen maar vol bewondering en ademloos in meegezogen wordt.
Vergeet alle romans die ietwat onrealistisch zijn, maar die ons een goed gevoel geven. Vergeet alle romans die voorspelbaar zijn, maar die zo heerlijk lezen dat het werkelijk niets uitmaakt. Vergeet dat alles en maak kennis met Burton.

Het verhaal draait om drie vrouwen: Rose, Connie en Elise. Elise ontmoet Connie in de jaren tachtig als zij staat te wachten op een blind date. Ze is per direct volledig in de ban van Connie; betoverd bijna. Ze laat de date zitten, gaat met Connie mee en gaat vervolgens ook niet meer bij haar weg.
Connie is een gevierd auteur die een eerste boekverfilming in de wacht heeft gesleept en naar LA vertrekt om alles in goede banen te leiden. Elise gaat met haar mee, naar de wereld van schijn, waar status belangrijker is dan wat dan ook. Een turbulente tijd breekt aan…
Dertig jaar later is Rose op zoek naar antwoorden over haar moeder. Zij heeft haar verlaten toen zij nog maar een baby was. Naar verluidt is Connie de laatste die haar moeder gesproken en gezien heeft en op wel heel bijzonder originele wijze weet Rose zich in haar leven te manoeuvreren, op zoek naar de antwoorden waar zij al haar hele leven naar verlangt.

Deze roman is zo krachtig, omdat het van alles wat bevat. Immense humor, waardoor het leest als een chicklit. Neem bijvoorbeeld de manier waarop Rose bij Connie terechtkomt. Ik zal niet zeggen hoe, maar als je besluit deze roman te gaan lezen snap je meteen wat ik bedoel.
Tevens is het een krachtige roman vol diepgang, waardoor het leest als een literair juweeltje. Op het gebied van de innerlijke wereld maken de personages namelijk nog veel meer mee dan de uiterlijke gebeurtenissen, en dat is op zo’n dusdanig treffende wijze verwerkt in het verhaal, dat het tastbaar is zonder dat de auteur het voor je uit moet kauwen. Het ware verhaal staat tussen de regels door, het is niet nodig deze te beschrijven, en juist door hier gebruik van te maken is De bekentenis zo waanzinnig ontroerend en authentiek.

Ik benoemde de menselijkheid al even, want ook dat is een krachtige factor. Burton is nietsontziend voor haar personages, ze maakt ze niet mooier dan ze zijn en gaandeweg het verhaal weet zij steeds meer laagjes van hen bloot te leggen, waardoor je eindigt bij hun ziel, hun ware ik. Het proces waarmee dat gepaard gaat is intens en toch humoristisch, luchtig en toch diepzinnig.
Ook al is het geheim de rode draad, deze verdwijnt hierdoor naar de achtergrond. Je raakt als lezer volledig de regie kwijt en voor je het weet ben je dáár, in de wereld van deze drie uiteenlopende en bijzondere vrouwen en laat je jezelf meevoeren, betoveren en de wereld om je heen vergeten. Burton grijpt je bij je nekvel en laat pas weer los als je de laatste bladzijde omslaat.

Er zijn niet genoeg superlatieven op de wereld om te omschrijven hoe enthousiast ik ben. Maar dat leek mij al duidelijk. Mocht je besluiten deze reis te gaan maken: ik wens je een magische vlucht toe naar een uiteindelijk prachtige bestemming.