Bijzondere gesprekken

In gesprek met Mel Hartman

Mel Hartman is een bijzondere vrouw, en uiteraard auteur, met een dualistische inslag. Dit komt niet alleen naar voren in haar nieuwste boek, Als doden dromen, maar ook in wie zij is en hoe zij in het leven staat. In haar verhaal worden fantasy en realiteit naadloos met elkaar verweven, net als in haar leven wetenschap versus het buitenzintuiglijke beiden kunnen rekenen op een grote fascinatie van haar kant.
Omdat ik op zijn zachtst gezegd nogal idolaat ben van haar werk, was ik dan ook meer dan benieuwd naar het hoe en waarom achter haar schrijven en hoe zij als persoon tegen de dingen aankijkt. Het werd een zeer interessant en mooi gesprek, waar ik met veel plezier op terugkijk.

Ten eerste gefeliciteerd met je boek! Je bent geen onbekende in schrijfland, maar toch heeft deze even op zich laten wachten door het bekende writersblock. Waar kwam deze vandaan?
Het was niet zozeer een writersblock, als wel een uitgeefmoeheid. Mijn toenmalige uitgeverij was geen goede match voor mij. Het contract rammelde, beloftes werden verbroken en veranderd, marketing en distributie gebeurde hoofdzakelijk door de auteur en weinig tot niets door de uitgeverij en de redactie van het boek gebeurde amper. Ik werd er moe van en dus besloot ik me terug te trekken uit die wereld. Je wil graag dat lezers je boeken kunnen lezen, maar als je daar meer tijd in moet steken dan in het schrijven zelf, en de uitgeverij weinig doet, dan word je daar gefrustreerd van. Ik dacht: wat heeft het allemaal voor nut? Bijgevolg had ik nog weinig zin om te schrijven.  Ik had dus wel ideeën, maar de goesting ontbrak me. Maar het begon na een poosje toch weer te kriebelen, dus ben ik maar voor mezelf gaan schrijven, zonder de intentie het boek op de markt te brengen.

En toen was daar Hamley Books. Dat moet voor jou gevoeld hebben als de hoofdprijs! Hoe kwam je bij hen terecht?
Ik had op mijn facebookpagina gepost dat vier uitgeverijen geïnteresseerd waren in mijn manuscript (puur voor de lol had ik het manuscript toch naar enkele gestuurd). Bij geen van die uitgeverijen wilde ik echter terecht; ze werkten een beetje op dezelfde manier als mijn vorige uitgeverij.  En toen kreeg ik ’s morgens een bericht van Sandra van uitgeverij Hamley Books of ik het manuscript ook naar hen wilde toesturen. Diezelfde namiddag kreeg ik al antwoord: ze wilden heel graag het boek uitbrengen. Ik had intussen Hamley Books gegoogeld en ze kwamen ontzettend gedreven en professioneel over. Het contract was uitmuntend en de gesprekken met hen gaven me gelijk een warm familiegevoel. Mijn intuïtie zei: zij zijn het! En mijn intuïtie kreeg gelijk: de samenwerking, de hulp, de professionele aanpak: ze doen alles tot in de puntjes goed en ze zijn echt met hun auteurs begaan. Door hen geloof ik weer in de traditionele uitgeverswereld.

Wat ontzettend fijn! Het verhaal is een prequel op de eerder uitgegeven Fantasiejagers reeks, die zich gedeeltelijk afspeelt in de droomwereld, maar toch is dit verhaal weer geheel anders. Waar komt jouw fascinatie voor dromen vandaan?
Goh, dat heb ik al van toen ik negen jaar was, toen had ik al dromenschriftjes waarin ik al mijn dromen noteerde. Het is toch bijzonder dat je iedere nacht een heel andere wereld binnenstapt. Een wereld die veel gelijkenissen heeft met de dagwereld, maar ook weer heel anders is. Alles kan er, alles bestaat er, niks is onmogelijk. Voor mij is dat een eindeloze bron van inspiratie waar ik veel kanten mee op kan. Dromen is als het kijken naar een film of het lezen van een boek, maar er dan wel zelf de hoofdrol in spelen. Ik wou dat we meer dan 25% van de nacht droomden; het is mij nog veel te weinig. 😉

Is dat ook de reden dat je uiteindelijk slaapanalist bent geworden?
Ja, inderdaad. Ik volgde de opleiding bachelor in de psychologie en moest een stageplaats uitzoeken. Bij ‘toeval’ (toeval bestaat niet ;-)) zag ik in een magazine een artikel over een slaapcentrum. Ik wist niet eens dat die bestonden! We spreken hier natuurlijk wel van begin jaren negentig ;-). Ik wist niets af van de wetenschappelijke kant van de slaap (daar leerde je niet over in de opleiding psychologie), maar ik wist: daar wil ik mijn stage doen! Hoewel nooit eerder iemand van mijn opleiding in een slaapcentrum stage had gedaan, mocht het toch gelukkig doorgaan (in het UZ Edegem). Ik leerde ter plekke hoe polysomnografieën uitgelezen moesten worden en van toen af aan was ik helemaal gepassioneerd door onze nachtelijke activiteiten, niet alleen meer door het droomdeel, maar door alle slaapstadia en slaapproblemen.

Wat vind jij het meest bijzonder aan dit fenomeen?
Dat het lichaam en de geest ingenieus zijn, zelfs tijdens de slaap. Wanneer we dromen zijn onze spieren verlamd, zodat we niet kunnen uitvoeren wat we aan het dromen zijn. Er is daar echter een uitzondering op, namelijk REM Sleep Behavior Disorder. Bij mensen die deze aandoening hebben verlammen de spieren niet. Bijgevolg: ze schoppen, slaan, staan op; ze voeren tijdens de droom, zonder wakker worden dus, uit wat ze aan het dromen zijn. Dat is niet hetzelfde als slaapwandelen, want dit gebeurt in de diepe slaap. Eigenlijk vind ik alle parasomnieën uitermate boeiend. Parasomnieën zijn ongewenste verschijnselen die door de slaap worden uitgelokt of versterkt, zoals praten, slaapparalyse, pavor nocturnus, tandenknarsen, etc. Aan dromen vind ik bijzonder dat je er (meestal) geen vat op hebt. Je wordt meegesleurd in het gebeuren, zonder controle en bewustzijn. Iedere nacht nieuwe avonturen en dat zonder dat het je een cent kost!

Zoals gezegd speelt deze droomwereld een grote rol in je boek. Hoe kwam jij op het idee van een bestaande wereld?
Op een ochtend in 2003. Ik werd wakker met het idee, het drong zich met kracht aan me op. Ik ben dan ook vroeg opgestaan en zette de grote lijnen van de droomwereld op papier. Hoe ziet die wereld er uit, wat kan er, wat leeft daar? Het vloeide uit mijn pen en ik ben er uren mee bezig geweest. Het grappige is dat jaren later, na het verschijnen van het eerste deel uit De Fantasiejagers serie (ergens in 2008, geloof ik) vertelde een collega uit het slaapcentrum dat ze naar een congres over dromen was geweest. Daar opperde iemand dat de droomwereld misschien wel helemaal niet zo fictief is als we denken en misschien wel bestaat in een alternatieve dimensie. Ik viel bijna om! Stel je voor! Daar ging mijn boekenreeks namelijk over en dan werd het gemeld op een congres! Ik denk dat ik zo graag wenste dat het een wereld zou zijn waar je ook overdag naartoe zou kunnen gaan, dat ik er dan maar over ben beginnen schrijven. 😉

Wat bijzonder! Denk jij ook dat het echt zo is?
Ik hoop het ten zeerste! Ik ben altijd duaal geweest wat betreft de niet fysieke wereld, paranormale verschijnselen en dergelijke. Enerzijds sta ik er open voor en denk ik: je weet maar nooit, we hebben misschien nog niet de tools om ze te bewijzen en waar er rook is, is er vuur. Anderzijds is er mijn rationele kant, blijf ik er nuchter onder en met beide voeten op de grond. Mijn hart hoopt dus van wel, in mijn hoofd echter zegt het duiveltje dat het nonsens is. Ik word soms gek van mijn eigen twijfels LOL. Maar diep in mijn hart… ja!

Grappig, want ik had al in mijn hoofd dat ik je daar beslist een vraag over wilde stellen. Veel mensen geloven dat wetenschap en het niet zintuiglijke elkaar bijten. Jij bent iemand met een grote interesse in beide kanten. Mijn vraag was eigenlijk hoe jij dat combineert, maar dat is dus een strijd, haha. Dat brengt mij wel op de volgende vraag: misschien zonder dat je het zelf weet schrijf jij fantasy zo realistisch op dat de lezer wellicht denkt ‘verrek, als je het zo bekijkt kan het gewoon waar zijn’. Heb je dat bewust gedaan of komt dat onbewust door deze twee kanten in jou?
Goh moeilijke. Ik geloof oprecht dat als de droomwereld een werkelijk bestaande plaats is, dat hij er dan uitziet zoals ik hem beschreven heb. Steek het maar op mijn intuïtie LOL (of op de muze die me die nacht in 2003 bezocht heeft). Ik denk dat mijn onderbewustzijn mij gestuurd heeft in het beschrijven van de droomwereld, maar mijn rationele kant dacht bij alles: als die wereld bestaat, dan zal het zo zijn, het klopt allemaal. Dus ja, ik heb bewust gekozen om er logica in te stoppen, zodat de lezer het gevoel krijgt dat het waar kan zijn. In het geval van de droomwereld beschrijven waren dus mijn beide helften het voor één keer eens: ratio en emo in volkomen harmonie LOL.

Dat moet toch heel fijn zijn ;-). De Fantasiejagers was gebaseerd op volwassenen, Als doden dromen is een YA. Vanwaar deze switch?
John Vermeulen, mijn mentor, zei altijd dat mijn schrijfstijl beter bij YA paste. En ook het verhaal leende zich daartoe, volgens hem. Maar ik vertikte het toen, mijn koppige ik dacht dat voor volwassenen schrijven serieuzer genomen werd. Onzin uiteraard. En bovendien vond ik dat er seks in het verhaal moest zitten, om de vrije geest van de bewoners van de droomwereld en het verschil met onze wereld te benadrukken. Ook dat vind ik nu natuurlijk onzin. Maar ah, een mens verandert al eens, gelukkig. 😉 En John had gelijk, dat zie ik nu ook wel in. Gelukkig nog niet te laat. 🙂

Het past je zeker goed! Je bent ook een groot fan van sterke vrouwen. Zie je daar een stukje van jezelf in terug?
Dat hoop ik. 🙂 Mijn vader drukte me vaak op het hart dat ik altijd onafhankelijk moest kunnen zijn (hoewel hij zelf mijn moeder het liefst als huisvrouw had). Hij stimuleerde me om mijn dromen na te jagen, alles te doen wat ik wilde doen en me door niemand te laten tegenhouden. Misschien juist omdat mijn moeder afhankelijk van hem was, wilde ik dat ten alle koste voor mezelf vermijden. Ik heb me nooit door mijn angsten of door de meningen van anderen laten tegenhouden. Ik deed aan gevechtssport, parachutespringen, bungeejumpen, volgde mijn hart in alles wat ik deed en doe. Als ik mijn man moet geloven, heb ik een sterke wil en laat ik me niet gauw ontmoedigen. Ik heb ook veel bewondering voor sterke en intelligente vrouwen uit de geschiedenis (en uit het heden), zoals Rosa Parks, Emmeline Pankhurst, Ada Lovelace, Marie Stopes, Eleanor Rathbone, Hedy Lamarr en zoveel anderen. Groot respect en dankbaarheid voor deze sterke vrouwen die door hun acties en volharding ons leven nu mooier gemaakt hebben.

Kan jij je indenken dat je hoofdpersonage ooit geheel anders is?
Als het hoofdpersonage een vrouw is, dan denk ik het niet LOL. Op dat vlak ben ik een echte leeuwin, ik neem het altijd voor mijn sisters op. Trouwens, April, het hoofdpersonage uit de Dodenreeks, is in feite niet zo sterk. Toch niet in vergelijking met Kate De Lille uit de Fantasiejagersreeks en Manon Maxim uit ‘Anders’. April is in vergelijking met hen een softie; ze wordt gedwongen in een heldenrol en kan niet anders dan in actie schieten, maar ze wil dit eigenlijk helemaal niet. Ze kan niet vechten of met wapens omgaan. Het liefst zit ze op de bank met een stripverhaal, ze is soms grof, ze wentelt zichzelf graag in zelfmedelijden en drinkt graag een glaasje. Maar goed, ze is uiteraard sterk op haar manier. 😉

Dat zeer zeker! Hoe was het voor jou om je in April te verplaatsen?
Makkelijker, want ik heb meer met haar gemeen? Haha, nee, hoewel er natuurlijk in elk hoofdpersonage wat van jezelf zit. Het was anders, dat zeker. Eigenlijk leuker, omdat ze allesbehalve perfect is en ook een duistere kant heeft.

Daar komt ook weer de dualiteit om de hoek. Speel jij daar zo graag mee?
Eigenlijk wel, misschien omdat ik een weegschaal ben, haha. Maar ik ben zelf ook zo: een kluizenaar die graag op reis gaat, een einzelgänger die graag haar vrienden rond haar heeft, het liefst alleen, maar ik vind het niet erg om op een podium voor een volle zaal te staan (voor mijn werk voor de culturele non-profit organisatie), soms heel erg lui en soms heel erg actief, enerzijds heel begripvol, maar soms ook heel streng. Ik ben dus nogal wankelbaar, sla over naar wit en dan weer naar zwart LOL. Maar zo zitten natuurlijk veel mensen in elkaar. Dus ja, om daarmee te spelen in een personage is leuk; ik mag April daarom ook meer dan de meer perfecte Kate.

Wat mij betreft is ze zeker een personage om je heerlijk mee uit te leven. Over uitleven gesproken: de titel is natuurlijk waanzinnig pakkend. Hoe is deze tot stand gekomen?
Dat was een team effort van de Hamley Books auteurs. We hebben een groepsapp waar we zowel professioneel raad aan elkaar vragen als gewoon vriendschappelijke feitjes in uitwisselen. Ik vroeg om suggesties voor de titel (ben daar zelf niet zo goed in) en na het geven van de korte inhoud over het verhaal, en het heen en weer sparren met titels, kwamen we op deze uit. Ook omdat hij zo mooi door te trekken is naar de volgende delen. Trouwens, en jij bent de eerste die dit officieel weet: boek 2 heeft een andere titel gekregen, niet ‘Als doden fluisteren’ maar ‘Als doden spreken’.

Wat leuk! Mooie titel ook! Nu ben ik helemaal benieuwd ;-). Over de dood gesproken, en de twee kanten in jou: hoe denk jij hierover?
Ik denk dat we verder leven na de dood, maar dan volgens de wetenschappelijke visie. Onze moleculen gaan niet verloren, dat doen ze nooit, ze gaan alleen over in andere dingen: planten, dieren, mensen… Dus in zekere zin blijf je – door je moleculen – verder leven, voor altijd.
Of onze geest ook verder leeft? Daar komt weer mijn twijfel bij kijken: misschien wel, misschien niet. Ik geloof graag dat als ik over mijn vader droom (die overleden is), dat hij me dan via mijn dromen een bezoekje brengt, omdat het op een andere manier niet meer mogelijk is. Dus hier heb je het weer. Mijn ratio zegt: alleen onze moleculen leven nog verder, mijn emo zegt: misschien leeft onze geest ook nog verder.

Bijzonder hoe dat werkt bij jou. Ik weet toevallig dat jij een enorme voorliefde voor kerkhoven hebt. Wat komt dat vandaan?
Hmm, beetje gênant. Als puber woonde ik in een buurt met veel kinderen. We vonden het spannend om ’s nachts af te spreken en naar het kerkhof te sluipen. Daar kletsten we wat, liggend op de graven, en ja, daar werden ook de eerste zoenen uitgewisseld. Maar nog steeds vind ik kerkhoven een serene plek met vaak mooie, artistieke grafstenen en mausolea, en wandel ik er graag rond, het liefst ’s nachts. Ik heb altijd al met één voet in de duistere wereld gestaan, hoewel ik een optimistisch en vrolijk persoon ben. Als kind schreef ik gedichten over de dood, als puber vond ik het fascinerend om geesten op te roepen en horrorfilms te kijken en ik kijk graag naar documentaires over de donkere kant van de mensheid: seriemoordenaars en zo. Dark fantasy vind ik dan ook vaak leuk om te lezen.

Het komt al zijdelings voor in je verhalen, maar ben je ooit van plan daar een geheel manuscript over te schrijven?
Een dark fantasy schrijven? Misschien wel, ja. Als het juiste idee komt aanwaaien. 😉 Een verhaal zoals ‘Dracula’ van Bram Stoker of ‘Frankenstein’ van Mary Shelley of de boeken van Anne Rice. Dat lijkt me geweldig, maar moeilijk, zeg maar, bijna onmogelijk, te evenaren. Maar misschien ben ik te optimistisch en gebruik ik te graag humor in mijn verhalen om een dark fantasy te schrijven. We zullen zien, de toekomst zal het uitwijzen. 😉

Enne, wat kunnen wij nog meer van jou verwachten in de toekomst?
Als alles loopt zoals gepland, dan zou boek twee uit de Dodenreeks in februari 2021 moeten verschijnen, daarna een jeugdboek met een griezelig kantje in mei 2021: ‘Het hotel op de rots’, boek 3 uit de Dodenreeks ‘Als doden slapen’ in november 2021 en in 2022 staat een jeugdboek gepland dat ik samen met Sandra J. Paul heb geschreven: ‘De slaapstad’.

Laatste vraag: wat is jouw ultieme droom op schrijfgebied?
Dat ik, zolang mijn handen me toelaten te schrijven, lezers mag blijven bekoren met verhalen. Een verfilming mag ook best, mijn personages en werelden tot leven zien komen, zou magisch zijn. Maar ik ben inmiddels nuchter genoeg om te weten dat dat een utopie is. Echter, dromen kan geen kwaad, hé. 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s